Wat bepaalt de kwaliteit van munten in een verzameling ?

Als je hebt bepaald wat je precies gaat verzamelen, dan zoek je naar munten met de minste slijtage of beschadigingen. Kwaliteit is van groot belang.
Er bestaan diverse kwaliteitsniveaus, die de prijs bij verkoop van een munt bepalen.

FDC (fleur de coin)-kwaliteit

In deze kwaliteit komt de munt recht van de pers. In deze staat van bewaring is de munt zo volmaakt dat er zelfs met een sterke loep geen enkele beschadiging te ontdekken is.

De kwaliteit ‘prachtig’

In deze kwaliteit is de staat van de munt uitstekend met dien verstande dat er slechts sporen van slijtage of beschadiging te zien zijn door middel van een loep.

De kwaliteit ‘zeer fraai’

In deze kwaliteit zijn er met het blote oog wel sporen van slijtage waar te nemen. Zo is bijvoorbeeld de scherpte van de rand verdwenen, zijn op hoger gelegen delen sporen van slijtage merkbaar, zoals bijvoorbeeld de ogen van een persoon of de kroon op diverse munten.

De kwaliteit ‘fraai’

In deze kwaliteit heeft de munt door het in omloop zijn gedurende lange tijd veel geleden. De slijtage is bijzonder groot; alle gegevens op de munt zijn nog goed leesbaar maar zwaar afgesleten, evenals de rand.

De kwaliteit ‘zeer goed en goed’

In deze kwaliteiten zijn sommige gegevens verdwenen en is de munt soms niet meer te identificeren. Met deze kwaliteiten ben je als verzamelaar niets.

De kwaliteit ‘Proof’

Proof’ is een speciale kwaliteit die zelden voorkomt en verwijst naar een speciale uitvoering. Deze kwaliteit staat nog boven FDC. Men noemt hem ook ‘gepolijste stempel’ of ‘champ brillant’ (‘blinkend veld’).

De meest gebruikte woorden in de numismatiek

  • Aanmunten: het slaan (produceren) van munten bij een munthuis.
  • Afslag: muntslag met originele stempels in een afwijkend metaal. Komt veel voor bij Nederlandse en Indische koperen munten, omdat een zilveren of gouden afslag van bijvoorbeeld een koperen duit werd gezien als een leuk geschenk. Afslagen zijn niet bedoeld voor de omloop.
  • Agio (ook opgeld genoemd): het verschil tussen de werkelijke waarde in goud en de prijs die je betaalt.
  • Aanmunten: het aanmaken van muntstukken, een muntplaatje voorzien van een afbeelding.
  • Biedprijs: de hoogste prijs van gouden munten, dagelijks in de krant vermeld of koopprijs.
  • Bruneren: een geslagen munt met bruneerstaal polijsten zodat die op een proefslag gaat lijken. Bruneren verwijdert detail en verlaagt dus de conditie van een munt.
  • Doormeter : diameter of middellijn – ø
  • Expertise : deskundige ontleding van een verzameling.
  • Gejusteerd : het op juist gewicht gebrachte muntplaatje, duidelijk te zien aan de krassen op de munt.
  • Gehalte : hoeveelheid van een bestanddeel in een of andere legering.
  • Gietpenning : een gegoten penning.
  • Gietgal : gal of holte op een munt of penning ontstaan bij het gieten.
  • Goudgehalte: de hoeveelheid goud in een munt aanwezig.
  • Gepolijste stempel (ook proof genoemd): hoogste kwaliteitstrap in de numismatiek. (zie ons artikel over het bepalen van de kwaliteit van munten)
  • Halssnede: de plaats waar de hals (van afgebeeld hoofd) afgesneden wordt, meestal bevindt zich daaronder de naam van de graveur
  • Incuus: een zijde van de munt is normaal geslagen, en op de andere zijde is de normaal geslagen zijde hol (incuus) afgebeeld.
  • Jaarsets : jaarlijks uitgegeven sets door de Koninklijke Munt met de in dat jaar geslagen munten.
  • Kwartslag : neem de munt tussen wijsvinger en duim met de voorzijde naar boven, en draai hem een volle slag zodat de keerzijde boven komt. De stand van de munt zal dan een kwartslag afwijken van de voorzijde (naar links of naar rechts).
  • Keerzijde : de muntzijde waar de waarde op afgebeeld wordt (Kz).
  • Lot : verschillende munten samengevoegd, onder een geheel (nummer) bij een veiling.
  • Lotnummer : het nummer toegewezen door de veilinghouder aan een lot of munt.
  • Laatprijs : de laagste prijs van gouden munten, dagelijks in de krant vermeld of de verkoopprijs.
  • Listel : verheven boord rondom een muntstuk.
  • Medailleslag : neem de munt tussen wijsvinger en duim met de voorzijde naar boven en draai hem een volle slag zodat de keerzijde boven komt. De munt zal in dezelfde stand staan zoals je de voorzijde voorheen had.
  • Misslag : een munt per ongeluk verkeerdelijk geslagen.
  • Munthouder : beschermkartonnetje met een transparant venster, waardoor je de munt langs alle zijden kunt bekijken.
  • Muntmeester : de verantwoordelijke van de Koninklijke Munt.
  • Muntmeesterteken : het teken van de muntmeester afgebeeld op een muntstuk.
  • Muntwals : antieke muntpers.
  • Muntenset : verschillende munten samengebracht in een set door bijvoorbeeld de Koninklijke Munt.
  • Muntplaats : plaats waar de munten aangemaakt worden (De Koninklijke Munt in Brussel of Utrecht).
  • Muntplaatje : het blanco metalen plaatje dat zal gebruikt worden voor het aanmunten.
  • Muntslag : neem de munt tussen wijsvinger en duim met de voorzijde naar boven en draai hem een volle slag zodat de keerzijde boven komt. De munt zal in de tegenovergestelde stand staan als de voorzijde die je voorheen had.
  • Noodmunt : munt aangemaakt, korte of lange tijd na de originele aanmunting (met meestal duidelijk verschil). In België zijn de naslagen aangemaakt door de Koninklijke Munt, in andere landen is dat niet altijd zo.
  • Naslag : een munt gemaakt bij gebrek aan voldoende circulatiemunten.
  • Numismatiek : de studie van munten en penningen (munt- en penningkunde).
  • Numismaat : de munt- en penningdeskundige of verzamelaar.
  • Overslag : een reeds geslagen munt hergebruiken voor een nieuwe aanmunting, bv. de munt van 2 centiem van België, Leopold I, geslagen over 1 cent Willem I van Nederland.
  • Ontmunting : het uit omloop nemen van een bepaalde munt.
  • Proefslag : een munt aangemaakt als proef.
  • Reduceermachine : verkleinmachine gebruikt bij het munt slaan
  • R: zeldzaam.
  • RR: zeer zeldzaam.
  • RRR: uiterst zeldzaam.
  • RRRR: unicum.
  • Randschrift : de tekst afleesbaar op de rand van de munt.
  • Schroefpers : antieke muntpers.
  • Stempelbreuk : breuk in de stempel (een kloofje), wat zich op de munt manifesteert als een fijn opliggend draadje.
  • S: schaars (afkorting).
  • Vervalsing : namaakmunt aangemaakt met de bedoeling andere mensen te bedriegen en winst te maken.
  • Voorzijde : de muntzijde waarop meestal het koningshoofd, leeuw, monogram enz… afgebeeld staat.
  • Variant : afwijking op een munt, verschillend van het normale type.
  • Zinkpest : witte plekken (oxidatieplekken) op zinken munten.