Welke verschillende soorten munten verzamelingen zijn er ?

Landenverzameling

Het verzamelen van alle munten uit een bepaald land is te uitgebreid en ook te duur om deze collectie volledig te krijgen. En er komen uiteraard steeds nieuwe munten bij.

Een tip voor de verzamelaar is een duidelijk af te bakenen land dat niet meer bestaat, zoals Belgisch-Congo (1887-1960), een land met zowat 120 muntstukken zonder varianten die nog relatief gemakkelijk en tegen een aanvaardbare prijs te vinden zijn. Een andere mogelijkheid is een periode te bepalen, zoals bijvoorbeeld alles van een bepaald land tussen de twee wereldoorlogen.
munten met gaatjes Typeverzameling

Voor dit soort verzameling selecteer je van elk type munt één exemplaar. Je kan je beperken tot één land, of verder verzamelen, afhankelijk van je portemonnee en je wensen
duurste_munten Waardenverzameling

In deze verzameling zitten de munten van dezelfde waarde uitgegeven door een land, bijvoorbeeld alle één frank-stukken van België tussen 1830 en 2002.

Oude munten

Oude munten, of de munten uit de Oudheid, zijn onderverdeeld in Griekse munten, Romeinse munten (republiek en keizerrijk) en tenslotte de Byzantijnse munten. Deze munten vragen wel wat studie, maar er bestaat uitgebreide informatie over dit onderwerp. Binnen deze drie types zijn er nog heel wat onderverdelingen mogelijk.
Euro munten uit 1 land

Themaverzameling

Voor een themaverzameling kan je in alle tijden en alle landen je munten opsporen afhankelijk van het thema dat je uitgekozen hebt. Zo bijvoorbeeld gebouwen, auto’s, koningen, bloemen enz.
Dit soort munten is op ruilbeurzen vlot verkrijgbaar. De waarde is vooral persoonlijk, ingegeven door je interesse.

Munten rond de spelen…

Herdenkingsmunten, -medailles of -penningen

Deze munten, medailles of penningen worden uitgegeven ter gelegenheid van een speciale gelegenheid. Ze zijn voor de liefhebber een dankbaar, maar helaas ook vaak duur verzamelgebied. Vele zijn uitgegeven in edele metalen, en vaak rekenen de verkopers verpakkingskosten en meestal ook nog enkele procenten winst bij.

Andere verzamelgebieden

Andere verzamelgebieden zijn de middeleeuwen, de Nederlanden (noordelijke en zuidelijke); Brabantse en Luikse munten, gemeentepenningen, kunstmedailles, noodmunten enzovoort.
Verder kan men soms veel plezier beleven aan het zelf zoeken naar varianten. Bijvoorbeeld alles uit Brabant uit een bepaalde periode.

De meest gebruikte woorden in de numismatiek

  • Aanmunten: het slaan (produceren) van munten bij een munthuis.
  • Afslag: muntslag met originele stempels in een afwijkend metaal. Komt veel voor bij Nederlandse en Indische koperen munten, omdat een zilveren of gouden afslag van bijvoorbeeld een koperen duit werd gezien als een leuk geschenk. Afslagen zijn niet bedoeld voor de omloop.
  • Agio (ook opgeld genoemd): het verschil tussen de werkelijke waarde in goud en de prijs die je betaalt.
  • Aanmunten: het aanmaken van muntstukken, een muntplaatje voorzien van een afbeelding.
  • Biedprijs: de hoogste prijs van gouden munten, dagelijks in de krant vermeld of koopprijs.
  • Bruneren: een geslagen munt met bruneerstaal polijsten zodat die op een proefslag gaat lijken. Bruneren verwijdert detail en verlaagt dus de conditie van een munt.
  • Doormeter : diameter of middellijn – ø
  • Expertise : deskundige ontleding van een verzameling.
  • Gejusteerd : het op juist gewicht gebrachte muntplaatje, duidelijk te zien aan de krassen op de munt.
  • Gehalte : hoeveelheid van een bestanddeel in een of andere legering.
  • Gietpenning : een gegoten penning.
  • Gietgal : gal of holte op een munt of penning ontstaan bij het gieten.
  • Goudgehalte: de hoeveelheid goud in een munt aanwezig.
  • Gepolijste stempel (ook proof genoemd): hoogste kwaliteitstrap in de numismatiek. (zie ons artikel over het bepalen van de kwaliteit van munten)
  • Halssnede: de plaats waar de hals (van afgebeeld hoofd) afgesneden wordt, meestal bevindt zich daaronder de naam van de graveur
  • Incuus: een zijde van de munt is normaal geslagen, en op de andere zijde is de normaal geslagen zijde hol (incuus) afgebeeld.
  • Jaarsets : jaarlijks uitgegeven sets door de Koninklijke Munt met de in dat jaar geslagen munten.
  • Kwartslag : neem de munt tussen wijsvinger en duim met de voorzijde naar boven, en draai hem een volle slag zodat de keerzijde boven komt. De stand van de munt zal dan een kwartslag afwijken van de voorzijde (naar links of naar rechts).
  • Keerzijde : de muntzijde waar de waarde op afgebeeld wordt (Kz).
  • Lot : verschillende munten samengevoegd, onder een geheel (nummer) bij een veiling.
  • Lotnummer : het nummer toegewezen door de veilinghouder aan een lot of munt.
  • Laatprijs : de laagste prijs van gouden munten, dagelijks in de krant vermeld of de verkoopprijs.
  • Listel : verheven boord rondom een muntstuk.
  • Medailleslag : neem de munt tussen wijsvinger en duim met de voorzijde naar boven en draai hem een volle slag zodat de keerzijde boven komt. De munt zal in dezelfde stand staan zoals je de voorzijde voorheen had.
  • Misslag : een munt per ongeluk verkeerdelijk geslagen.
  • Munthouder : beschermkartonnetje met een transparant venster, waardoor je de munt langs alle zijden kunt bekijken.
  • Muntmeester : de verantwoordelijke van de Koninklijke Munt.
  • Muntmeesterteken : het teken van de muntmeester afgebeeld op een muntstuk.
  • Muntwals : antieke muntpers.
  • Muntenset : verschillende munten samengebracht in een set door bijvoorbeeld de Koninklijke Munt.
  • Muntplaats : plaats waar de munten aangemaakt worden (De Koninklijke Munt in Brussel of Utrecht).
  • Muntplaatje : het blanco metalen plaatje dat zal gebruikt worden voor het aanmunten.
  • Muntslag : neem de munt tussen wijsvinger en duim met de voorzijde naar boven en draai hem een volle slag zodat de keerzijde boven komt. De munt zal in de tegenovergestelde stand staan als de voorzijde die je voorheen had.
  • Noodmunt : munt aangemaakt, korte of lange tijd na de originele aanmunting (met meestal duidelijk verschil). In België zijn de naslagen aangemaakt door de Koninklijke Munt, in andere landen is dat niet altijd zo.
  • Naslag : een munt gemaakt bij gebrek aan voldoende circulatiemunten.
  • Numismatiek : de studie van munten en penningen (munt- en penningkunde).
  • Numismaat : de munt- en penningdeskundige of verzamelaar.
  • Overslag : een reeds geslagen munt hergebruiken voor een nieuwe aanmunting, bv. de munt van 2 centiem van België, Leopold I, geslagen over 1 cent Willem I van Nederland.
  • Ontmunting : het uit omloop nemen van een bepaalde munt.
  • Proefslag : een munt aangemaakt als proef.
  • Reduceermachine : verkleinmachine gebruikt bij het munt slaan
  • R: zeldzaam.
  • RR: zeer zeldzaam.
  • RRR: uiterst zeldzaam.
  • RRRR: unicum.
  • Randschrift : de tekst afleesbaar op de rand van de munt.
  • Schroefpers : antieke muntpers.
  • Stempelbreuk : breuk in de stempel (een kloofje), wat zich op de munt manifesteert als een fijn opliggend draadje.
  • S: schaars (afkorting).
  • Vervalsing : namaakmunt aangemaakt met de bedoeling andere mensen te bedriegen en winst te maken.
  • Voorzijde : de muntzijde waarop meestal het koningshoofd, leeuw, monogram enz… afgebeeld staat.
  • Variant : afwijking op een munt, verschillend van het normale type.
  • Zinkpest : witte plekken (oxidatieplekken) op zinken munten.