nov 09 2011

Beknopte geschiedenis van de Belgische munten en biljetten deel 1

Beknopte geschiedenis van de Belgische munten en biljetten deel 1
1830-1914: munten en biljetten van een jonge natie

België is op wereldvlak gezien een nog relatief jong land. Het bestaat pas sinds 1830, maar deze korte periode is toch al lang genoeg om te zorgen voor een mooie geschiedenis op het vlak van munten en biljetten. Waar konden we beter terecht dan bij de Nationale Bank van België om u deze beknopte geschiedenis van de Belgische munten en biljetten in drie delen voor te stellen.
Voor het jonge België was het niet eenvoudig een nationale munteenheid te kiezen. De keuze voor de “frank” naar Frans model werd ingegeven door economische en politieke motieven.
Het duurt aanvankelijk een hele tijd voor er genoeg muntstukken zijn om het land te bevoorraden; ondertussen aanvaardt men sommige buitenlandse munten. De frank wordt gedefinieerd als een gewicht in zilver. In dit metaal worden ook de eerste munten geslagen, terwijl brons wordt gebruikt voor kleinere waarden. De wet voorziet ook in het gebruik van goud, maar dat gebeurt zelden en het “bimetallisme” zorgt voor heel wat moeilijkheden. In 1860 brengt België als eerste land ter wereld koper-nikkelmunten in omloop, vandaag de meest gebruikte legering voor het slaan van munten.
De eerste muntstukken met een Nederlands opschrift verschijnen in 1886. De eerste tweetalige biljetten volgen een jaar later.
Tijdens de eerste twintig jaren van de Belgische onafhankelijkheid spelen de bankbiljetten slechts een marginale rol in het betalingsverkeer. Ze worden uitgegeven door particuliere banken. De bankcrisis van 1848 noopt de wetgever ertoe wettelijke en gedwongen koers te verlenen aan de bankbiljetten uitgegeven door de twee belangrijkste emissiebanken, de Société Générale en de Banque de Belgique. Wettelijke koers betekent dat de biljetten als betaalmiddel moeten worden aanvaard en gedwongen koers betekent dat men de banken niet kan vragen ze tegen edel metaal om te wisselen. De wil om de bankbiljettenomloop te uniformiseren is een van de redenen voor de oprichting van de Nationale Bank in 1850 door minister van Financiën Frère-Orban.
In 1865 verenigt ons land zich met Frankrijk, Italië en Zwitserland in de Latijnse Unie. Die kent een bewogen bestaan tot ze officieel wordt ontbonden in 1926.
Van bij haar oprichting in mei 1850 wordt de Nationale Bank toegerust met een drukkerij. Door de omslachtige voorbereidingen kan de eerste reeks biljetten echter pas begin januari 1851 worden uitgegeven. Deze eerste reeks wordt gedrukt in het zwart, met aan de achterzijde een licht gekleurde veiligheidsondergrond. Op dat ogenblik tekent de gouverneur nog eigenhandig de biljetten om het vertrouwen in dit betaalmiddel te verstevigen. De gewone man laat het papiergeld links liggen. De catastrofe van de Franse assignaten uit de post-revolutionaire periode ligt nog vers in het geheugen: nadat het publiek gedwongen was deze assignaten te aanvaarden werden ze uiteindelijk verbrand en nooit terugbetaald. Toch zal het papiergeld aan populariteit winnen, in eerste instantie in zakenmilieus. Overigens is de koopkracht van de eerste biljetten – van 1 000, 500, 100, 50 en 20 frank – dermate hoog (meer dan € 4 000 voor de hoogste coupure!) dat ze in het dagelijkse leven volstrekt onbruikbaar zijn.
Tot het midden van de 20e eeuw worden de biljetten voornamelijk geïllustreerd met allegorische taferelen van min of meer symbolische figuren, die vaak handel en nijverheid moeten voorstellen. De handel wordt gesymboliseerd door de Schelde, de haven van Antwerpen en de scheepvaart. Aan de industrie appelleren afbeeldingen van de metallurgie, de mijnbouw en de Maas. Ook België, de economie, de arbeid en zelfs de spoorwegen komen in de illustraties aan bod. Tot het einde van de 19e eeuw drukt de Nationale Bank biljetten in vier kleuren; in het begin van de 20e eeuw ontwerpt Constant Montald theatrale en kleurrijke coupures in Art Nouveau-stijl. Dit zijn van de mooiste biljetten in onze geschiedenis.
In vergelijking met andere landen zijn er in België aan het einde van de 19e eeuw relatief veel bankbiljetten in omloop. Tijdens de eerste twee decennia na de oprichting van de Bank schommelde de geldomloop binnen een marge van 3 tot 4 pct. bbp, maar vanaf de jaren 1870 neemt hij regelmatig toe tot ruim 12 pct. bbp vlak vóór de Eerste Wereldoorlog. Dat de door de Bank uitgegeven bankbiljetten in 1873 wettig betaalmiddel worden is daaraan niet vreemd.

Bron: www.nbb.be/

No responses yet

okt 11 2011

Muntgids van Rudy Beirnaert

Liefhebbers van munten en penningen zullen zeker gebaat zijn met onderstaande muntgids

Afkorting muntmetalen: AE = brons; AR = zilver; Av = goud.
Albertijn: Gouden munt van 2,5 gulden(50 Stuivers), geslagen onder de aartshertogen Albrecht en Isabella in de periode van omstreeks 1600 tot 1610. Gewicht van 5,15 gr, gehalte van 0,895%. Er bestaan ook “dubbele” albertijnen van 5 gulden(100 stuivers).
Botdrager: een dubbele groot of plak, uitgegeven in Vlaanderen in 1365 door Lodewijk van Male. De zilveren munt werd in alle Nederlandse gewesten en in vele delen van Duitseland nagebootst. Ook door Antonie van Bourgondië (1406-1415). Op de voorzijde is een zittende leeuw afgebeeld met een grote helm op zijn kop. Die lijkt op een “pot”. daaraan zou de munt zijn naam hebben ontleend. De waarde was een stuiver.
Bourgondische gulden: Ook wel “Andriesgulden”, gouden munt met de afbeelding van Sint-Andries. Geslagen in de Bourgondische Nederlanden tussen 1474-1491 en 1567-1571.
Bourgondische rijksdaalder: Zilveren munt van de Nederlanden, geslagen van 1567 tot 1571. De Bourgondische Nederlanden hadden toen hetzelfde muntstelsel als het Duitse Rijk. De beeldenaar was een Bourgondisch stokkenkruis met vuurslag. Later werd de munt in de Noordelijke Nederlanden weer aangemunt onder de naam kruisrijksdaalder (1584 -1591).
Braspenning: Zilveren munt van oorspronkelijk 2 en later 2,5 groot, voor het eerst geslagen door Jan zonder Vrees (1404 – 1419) in Vlaanderen in 1409. Munten van de zelfde waarde kregen later ook de naam braspenning. Aan het einden van de 16e eeuw was het een rekeneenheid van dezelfde waarde.
Carolusgulden: Gouden (ook zilveren) munt van Karel V (Keizer Karel). het goudstuk had een gewicht van 2,91gr, gehalte van slechts 0,583%(14 karaat). De zilveren carolusgulden werd in 1540 ingevoerd met een gewicht van 22,85gr. en een gehalte van 0,833%.
Drielander: Dit is een dubbele groot, geslagen door hertog Jan IV van Brabant (1415 – 1427). Hij liet de munt slaan na zijn huwelijk met Jacoba van Beieren in Brabant, Holland en Henegouwen. Daaraan ontleende ook de munt haar naam. De munt droeg overal dezelfde beeldenaar en had dezelfde gehalte en gewicht.
Dukaat: Zowel in goud en zilver geslagen. Afkomstig uit Venetië (einde 13e eeuw), nadien overal nagebootst, ook veelvuldig gebruikt in de Nederlanden. Bleef lang het voornaamste goudstuk in de verenigde Republiek.
Dukaton: Zilveren munt met een waarde van 3 gulden en een gewicht van 32,48gr., gehalte 0,944% fijn zilver, uitgegeven in 1618 met de borstbeelden van Albrecht en Isabella. Later ook geslagen door Philips IV en Karel II. Omstreeks het midden van de 17e eeuw beheerste de Zuid-Nederlandse dukaton ook de geldcirculatie in de Noordelijke Nederlanden. Dat werd ongaarne gezien, zodat de Republiek de Verenigde Nederlanden in 1659 een munt uitgaf met een gewicht van 32,574gr. en 0,935% fijn zilver onder de naam “zilveren rijder”. Het volk bleef deze munt echter “dukaton” noemen.
Escalin of schelling: Munt van 6 stuiver van de Zuidelijke Nederlanden. Naast hele escalins werden er ook dubbele escalins aangemunt.
Frank: Franse gouden munt, in omloop sedert 1360 door Jan II de Goede (1350 – 1364). Geïmiteerd in de Nederlanden in diverse presentaties (franc à cheval, franc à pied).
Florijn: Andere benaming voor de gouden (ook nog wel voor de zilveren) gulden. De florijn werd voor het eerst in omloop gebracht in Florence.
Gouden helm: Vlaamse gouden munt, ingevoerd door Lodewijk van Male (1346 – 1384) met een gewicht van 6,7 gram. Ook werden er 1/3 gouden helm-stukken met een gewicht van 2,32 gram uitgegeven. Ook Jan zonder Vrees (1405 – 1419) en Filips de Goede (1419 – 1467) lieten Gouden helmen slaan.
Gouden lam: geliefde Franse gouden munt, die in de Nederlanden op grote schaal geïmiteerd werd. Deze muntsoort werd in 1355 ingevoerd. In de verschillende Nederlandse gewesten werden ook dubbele gouden lammen vervaardigd, echter niet in Frankrijk.
Gouden leeuw: Voor Vlaanderen ingevoerd door Lodewijk van Male in 1365. Filips de Goede gaf een gouden leeuw uit in 1454 voor Bourgondische Nederlanden, geslagen tot 1461. De waarde was 30 stuiver, gehalte 958/1000, gewicht 4,25 gram. De Republiek der Verenigde Belgische Staten gaf in 1790 een gouden leeuw uit met een warde van 14 Brabantse guldens.
Gouden vlies of toison d’or: Gouden munt ingesteld in 1496 door Filips de Schone (1494-1506), waarde 50 stuivers. De munt werd genoemd naar het Gulden Vlies, dat er op werd afgebeeld. Ook Karel V (1506 – 1555) sloeg deze munt. Deze was in omloop van 1496 tot 1521. het gehalte was 992/1000, het gewicht 4,51 gram.
griffoen: Munt met de afbeelding van een griffioen (een gevleugeld fabeldier met het lichaam van een leeuw en de kop van een vogel). Geslagen in de Bourgondische Nederlanden tijdens de 15e eeuw. Er waren ook naast hele ook dubbele griffieonen.
Korte: Munt ter waarde van 2 mijten, waarop een kort kruis voorkomt in tegenstelling tot munten met een lang kruis. Ze werden geslagen sinds het midden van de 14e eeuw in Vlaanderen; in de 15e en 16e eeuw ook in andere Bourgondische gewesten. Aanvankelijk zilveren munten met een laag gehalte, na 1543 van koper.
Kromstaart: Vlaamse zilveren munt ter waarde van twee groot, geslagen vanaf 1416 tijdens de regering van Jan zonder Vrees (1405-1419). De munt dankt zijn naam aan de klimmende leeuw met een kromme staart.
Kroon: Zilvere munt, Oorspronkelijk in Frankrijk in omloop, nadien bij ons geïmiteerd. Meestal met wapenschild en kroon.
Mouton d’or: Ook wel gouden schaap of lam, gouden munt met afbeelding van een lam of schaap. Ook
Nobel: Engels munttype, bij ons nagemaakt en ook in de Verenigde Provinciën vrij veel in omloop. De benamingen “rozenobel” en “Henricusnobel” slaan op hetzelfde type.
Patagon: grote zilveren munt van de Zuidelijke Nederlanden, geslagen sedert 1612 en gangbaar voor 48 stuivers. De munt weegt 28,10 gram en is 875/1000 fijn van gehalte. Ingevoerd tijdens de regering van Albrecht & Isabella (1598-1621). zij worden ook wel Albertusdaalder genoemd. Op de voorzijde staat het Andreaskruis met een Bourgondisch monogram. Op de keerzijde het gekroonde Bourgondische wapenschild omhangen met de orde van het Gulden Vlies. Naast hele zijn er ook halve en vierde patagons. Voor het laatst geslagen tijdens de regering van Karel III (1703 – 1711) in 1711 te Antwerpen (voor Brabant).
Patard: Benaming voor de stuiver in de Zuidelijke Nederlanden.
Philipsdaalder: Zilveren munt van de Bourgondische Nederlanden met het borstbeeld van Philips II (1555-1598), ingevoerd in 1557; De munt weegt 34,27gr. is 833/1000 fijn zilver en was gangbaar voor 35 en later 50 stuiver. Behalve hele werden er ook 1/2, 1/5, 1/10, 1/20 (stoter) en 1/40 (braspenning) daalders vervaardigd.
Pieter: Gouden munt van het hertogdom Brabant. De naam is ontleend aan de heilige St.Pieter, die op deze munt is afgebeeld. De munt werd ingevoerd rond 1370, tijdens de regering van Jeanne en Wenceslas (1355 – 1383). Ook werden deze munten vervaardigd door Philips van St.Pol (1427 – 1430) te Leuven en door Philips de Goede (1430 – 1467) te Leuven en Zevenbergen.
Reaal: Gouden munt geslagen in 1487 onder Filips de Schone, maar ook , in een andere vorm en met een bescheidener gewicht, onder Karel V en Filips II. Er zijn ook zilveren realen in omloop geweest.
Rijder: Vrij veel gebruikte benaming o.a. voor de 14e eeuwse gouden franc, maar ook voor een Bourgondische goudstuk van 24 stuivers, voor een gouden munt geslagen in de provincies Gelderland, Overijssel en Friesland 1581-1599 en voor een gouden munt van de republiek der Verenigde Nederlanden. Gelderland Friesland en Republiek kenden ook zilveren rijders.
Schuitken: volksbenaming voor de halve gouden Bourgondische nobel, geslagen in 1488 tijdens de regering van Philips de schone (1482 – 1506) en afkomstig uit Brabant, Gelderland en Holland. deze munten wegen 3,4 gram, zijn vervaardigd van 952/1000 fijn goud en waren gangbeer voor 3 gulden en 12 stuiver.
Statendaalder: Zilveren munt geslagen tussen 1577-1579, op last van de Staten-Generaal, gewicht 30,47gr. vervaardigd van 750/1000 fijn zilver en gangbaar voor 32 stuiver. Op de voorzijde een wat schematische afbeelding van Philips II. Deze muntsoort werd geslagen door Brabant (Antwerpen,Maastricht en Brussel, Doornik).
Schild: imitatie in de nederlanden van de Franse “écu”
Soeverein: Deze benaming wordt vooral gebruikt voor de gouden munt van 6 gulden geslagen in de Spaanse en Oostenrijkse Nederlanden vanaf 1612. Gewicht 11,08gr., gehalte 0,947%. er bestonden ook dubbele, 1/3 en 2/3 soevereinen. Ze zijn geslagen tot 1798. De soeverein was een imitatie van de Engelse sovereign.
Vlieger: Is de naam van een 4-stuiverstuk van Karel V (1505 – 1555) waarop de rijksadelaar voorkomt. De populaire benaming voor deze munt was ook wel “krabbelaar”.
Zonnekroon: De naam werd ontleend aan de zon die boven de kroon was geplaatst. Karel V (1506 – 1555) gaf in1540 de zonekroon uit. Deze was bijna identiek aan de Franse. Hij werd tot 1555 geslagen door de Zuidelijke en noordelijke Nederlanden en was gangbaar voor 42 stuiver. Het goudgehalte was 929/100 en het gewicht 3,41 gram.
Woordenlijst van A tot Z
Woordenlijst Betekenis en uitleg

Aangetast Heel kleine putjes in de munt, meestal bij munten die uit de grond komen.
Aanmunten Metalen schijfje, het muntplaatje, te slaan met een heel hard metaalblok waarop graveersels worden aangebracht. Vroeger werd een moker gebruikt, enkele eeuwen geleden verbeterd door de schroefpers, vanaf heden met “in de muntring”
Gehalte De betrekkelijke hoeveelheid van een bestanddeel in een of andere mengsel.
Gekroond of Gelauwerd Hoofd dat een kroon draagt van gesmeed goud of lauwerbladeren.
Graveursnaam De naam van de graveur op een munt, graveur staat altijd op de munt vermeld.
Halssnede De plaats waar de hals wordt afgesneden van een afgebeeld hoofd, daaronder bevindt zich meestal de graveursnaam.
Incuus De voorzijde is normaal afgebeeld, de keerzijde hetzelfde beeltenis als de voorzijde maar in spiegelbeeld Waarom? een munt is blijven liggen in de muntring en het volgend muntplaatje is er bovenop gevallen. Met andere woorden de zijde van de eerste munt staat afgebeeld op de tweede munt.
Kartelrand De rand van de munt is gekarteld.
Keerzijde De andere zijde van de munt. Keerzijde is meestal de kant met de waarde.
Kwartslag Munt waarvan de keerzijde gedeeltelijk verdraaid staat t.o.v. voorzijde.
Listel Verheven boord van een munt, die het snel slijten tegen gaat.
Lot Hoeveelheid munten te samen, dit kan ook bv. een volledige reeks zijn van een bepaald type munt.
Maillechort Legering van koper, nikkel en zink. Ook wel eens Nieuw zilver, Argentaan of Alpaca genoemd.
Medailleslag Als u de munt met de voorzijde leesbaar voor u legt en zijdelinks draait, dan is de keerzijde ook leesbaar.
Misslag Afwijking van een bepaald munt.
Muntenset Verschillende munten samen gebracht in één gesloten verpakking. De officiële uitgaven van jaarlijkse sets worden uitgegeven door de Rijksmunt te Utrecht.
Muntplaat Een metalen schijfje waarop de graveersels worden aangebracht.
Muntslag Als u de munt met de voorzijde leesbaar voor u legt en zijdelinks draait, dan staat de tekst op de munt omgedraaid.
Naslag Munten herslaan van een bepaald type en/of jaartal na de officiële aanmunting. Met andere woorden een naslag is veel later aangemaakt dan het jaartal op de munt zelf, in sommige landen werden jaartallen geslagen die in de tijd niet werden aangemaakt.
Noodmunten Door te weinig geld in omloop tijdens de oorlog kregen steden de toestemming om zelf munten te slaan. deze munten worden noodmunten genoemd.
Numismaat Munten en/of Penning kenner of een verzamelaar.
Numismatiek De kennis en het onderzoek van munten en penningen uit geschiedkundig oogpunt.
Ontmunting Munten die uit de handel worden genomen, en ongeldig worden gemaakt.
Overslag Bij sommige munten is door gebruik van een andere stempel een jaartal over een al bestaande munt heen geslagen.
Penning Munt zonder betaalwaarde.
Positie a en b Houd de munt met de waarde naar boven, daaarna de munt recht voor het oog. Is het randschrift leesbaar gaat het om positie A, is het randschrift NIET leesbaar gaat het om positie B.
Proofset Verschillende munten in hoogst mogelijke kwaliteit (PROOF) samen gebracht in één gesloten verpakking. De officiële uitgaven van jaarlijkse proofsets worden uitgegeven door Rijksmunt te Utrecht.
Proefslag Munten aangemaakt als proefstuk. Soms vermeld op de munt als “essai”
R. Zeldzaam
R.R. Zeer Zeldzaam
R.R.R. Uiterst Zeldzaam
R.R.R.R. Uniek in zijn soort
Rand Vlak dat overeenstemt met de dikte van het stuk.
Randschrift De tekst die op de rand van een munt staat. Ook wel eens inschrift genoemd.
S Schaars
Slagaantal Aantal aangemaakte munten van een bepaald jaartal.
Stempelglans De originele glans van een munt.
Variant Afwijking van een bepaald munt.
Voorzijde Deze zijde toont meestal het hoofdonderwerp van het stuk aan. bv. hoofd, leeuw enz….
Zinkziekte Witte plekken op een zinken munt. Indien uw zinken munt de zinkziekte vertoont verwijder ze dan van uw andere zinken munten. De zinkziekte gaat nooit meer weg en tast de andere zinken munten ook aan.

©copyright 2000,-’02 Rudy Beirnaert
Alle rechten voorbehouden.

No responses yet

sep 22 2011

De Erepenning voor Menslievend Hulpbetoon

De Erepenning voor Menslievend Hulpbetoon, werd op 18 juni 1822 in Nederland bij Koninklijk Besluit ingesteld om “een menslievende daad, die kenmerken van moed, beleid en zelfopoffering” draagt te belonen. Deze onderscheiding was ooit een legpenning maar kreeg in 1912 een draaglint.

De Erepenning draagt de woorden VOOR MENSCHLIEVEND HULPBETOON en wordt in goud, zilver en brons verleend.

Geschiedenis van de Erepenning

Luitenant Alexander de Langle redde in 1821 een sergeant uit een diepe put.De koning verkoos hem geen Militaire Willems-Orde te verlenen maar een medaille of erepenning in te stellen.
De eerste erepenning was rond en toonde het portret van Koning Willem I. Op de keerzijde is een lauwerkrans afgebeeld en ruimte voor een inscriptie gelaten. De penning was niet bedoeld om gedragen te worden. De grootte van de medaille was aan de waarde van het edelmetaal gerelateerd en de zilveren en gouden medailles hadden een diameter van 50, 41 of 35 millimeter.
In 1825 besloot Koning Willem I dat hij “edelmoedige en menslievendse daden” in het vervolg zou laten belonen door de, in deze tijd sterk in opkomst zijnde, “Maatschappijen tot Nut van het Algemeen” en zelf alleen buitenlanders en militairen voor dergelijke verdienste zou belonen.
In 1837 werd door Koning Willem II bij Koninklijk Besluit de “grootte Gouden Erepenning” ingesteld en deze had een doorsnee van 50 millimeter terwijl de waarde aanzienlijk boven die van de zilveren penning lag. De Koning liet zijn beeldenaar op de penningen aanbrengen en stelde kort na zijn aantreden vast dat de zilveren en bronzen penningen in het vervolg een diameter van 5 centimeter zouden hebben.
Koning Willem III liet in 1849 zijn beeltenis op penningen plaatsen. In 1875 liet de, inmiddels kaal geworden, koning een aangepast portret op de penningen aanbrengen.
Koningin Emma liet een portret van haar minderjarige dochter Koningin Wilhelmina “met hangend haar” op de penningen aanbrengen. De penningen werden in de jaren na 1890 alleen in brons en zilver verleend. In 1897 werd er een nieuw model erepenning ingesteld. De penning kreeg een draaglint en het model was van de Franse Sint Helena of “chocolademedaille” afgekeken.
In 1912 kreeg de penning de huidige vorm. Een langwerpige medaille met een gestileerde koningskroon waarop een moeder met drie kinderen is afgebeeld. Het motief is ontleend aan het stadhuis in Bolsward. De keerzijde draagt de woorden “De koningin aan” en laat ruimte voor een inscriptie. Een in Engeland vervaardigde kleine uitvoering van deze penning werd door de regering in ballingschap in Londen verleend. Meestal ging het om Britse zeelieden die Nederlandse schipbreukelingen hebben gered.
In een Ministeriële Beschikking van 15 april 1952 werd vastgesteld dat de gouden erepenning voor de Nederlandse civiele Orden en na het verzetskruis zal worden gedragen. Daarmee wordt onderschreven dat de Erepenning voor Menslievend Hulpbetoon in Goud een van Nederlands hoogste onderscheidingen is.
De zilveren en bronzen penningen volgen in rang op het Vliegerkruis.
In de 19e eeuw hebben de bezitters van deze draagpenning herhaaldelijk aangedrongen op een lint zodat zij hun onderscheiding konden dragen. De regering ging op hun wens niet in en een aantal mensen heeft daarop op eigen initiatief een draaglint in de kleuren van de Nederlandse vlag laten vervaardigen.[1]
In 1946 werd bij K.B. vastgesteld dat de gouden en zilveren erepenningen op het baton door gouden en zilveren kronen zouden worden aangeduid. De bronzen erepenning wordt aangeduid op de baton zonder kroontje.

Unieke uitreiking aan Marinepersoneel
Minister van Defensie Eimert van Middelkoop heeft donderdag 29 mei 2008 vijf Erepenningen in brons uitgereikt aan een helikopterbemanning van de Koninklijke Marine voor een gewaagde reddingsoperatie boven de Noordzee in 2003. Het gaat om vijf bemanningsleden van het Search and Rescue squadron 7 van de Koninklijke Marine omdat ze het leven hebben gered van de kapitein en de eerste stuurman van een Iraans containerschip. De ceremoniële uitreiking vond plaats op Marinevliegkamp De Kooy, ten zuiden van Den Helder.[2] Squadron 7 van de Koninklijke Marine, gestationeerd op het Marinevliegkamp De Kooy, is sinds de jaren zeventig rond de klok belast met opsporings- en reddingsvluchten boven de Noordzee en heeft in die periode al meer dan 1250 drenkelingen en mensen in nood het leven gered.
Voor de Tweede Wereldoorlog waren uitreikingen aan Marinepersoneel gebruikelijk. Na de oorlog werden ze minder frequent. De voorlaatste uitreiking van de Erepenning (brons) aan militairen vond plaats in 1982 aan een Luchtmachtmilitair.
In 2005 werden twee zilveren erepenningen uitgereikt aan redders van de KNRM.

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

No responses yet

aug 22 2011

De waarde van munten in de Bijbel

De waarde van munten in de Bijbel
door Dr. A. Dirkzwager

Abraham kocht het graf van Sara voor 400 sikkels zilver (Genesis 23: 16). Jacob kocht
voor 100 stukken geld een stuk land in Sichem (Jozua 24: 32). De dagloners uit een
bekende gelijkenis kregen een “schelling” per dag (Mattheüs 20: 2). In de eindtijd zal een
maat tarwe een schelling kosten (Openbaring 6 : 6).
Wat was de waarde van dit geld in euro’s uitgedrukt? Dat is de vraag die vaak gesteld
wordt op bijbelstudies en op school. Het loont de moeite een antwoord op die vraag te
zoeken en ons ook verder wat bezig te houden met munten uit de Oudheid.
De wetenschap die munten en het gebruik ervan bestudeert, heet numismatiek. De
munten uit de Oudheid stellen ons voor zoveel vragen, dat de numismatiek van de
Oudheid een nogal moeilijk specialisme is gaan vormen. Munten worden gevonden,
gezuiverd, verzameld en gepubliceerd. Er bestaan hele reeksen boeken met
afbeeldingen, beschrijvingen en studies over munten uit de Oudheid.

Stempels

Voor ons in de Westerse wereld ligt de uitvinding van muntgeld in Lydië. Een van de
vorsten van dit rijkje in West-Turkije, waarschijnlijk Alyattes (begin 6e eeuw v. Chr.),
zou kleine stukken metaal van stempels voorzien hebben. Het verhaal gaat, dat hij
soldaten moest uitbetalen en dat hij, om niet telkens grote hoeveelheden metaal te
moeten afwegen, stukken van het juiste gewicht liet maken en stempelen. De eerste
Lydische munten zagen er voor ons gevoel nog wat vreemd uit.
Toch bestonden er vóór deze uitvinding ook in het Oosten al gestempelde stukken
metaal. Niet alleen Jozua 24: 32 bewijst dat, ook de archeologie heeft zulke ,,munten”
uit 2250 -1200 v. Chr. aan het licht gebracht. Het betreft niet zozeer munten in onze
zin, maar goudstaafjes en staafjes van zilver en koper. Wanneer we echter, zoals in
Genesis 23: 16, over afwegen lezen, zullen we eerder aan ongemunt metaal moeten
denken. Een sikkel was namelijk niet alleen de naam van een munt, maar ook van
een gewicht.
Over de artistieke kwaliteit van de munten uit de Oudheid moeten we niet gering
denken. De koppen van koningen en keizers zijn doorgaans zeer goed herkenbaar,
zeker voor kenners.

Muntrecht

Zoals bekend, bestond de Griekse wereld in de Oudheid uit vele zelfstandige
stadstaatjes en later uit koninkrijkjes van wisselende grootte. Een van de zaken
waardoor men zijn onafhankelijkheid naar buiten kon demonstreren, vormde het
muntrecht. Wie munten sloeg, maakte daardoor duidelijk, dat hij politieke macht
bezat. Vandaar, dat er van zoveel steden, rijkjes en rijken munten gevonden konden
worden.
In de tijd waarin de Romeinen de Griekse wereld beheersten, stonden de Romeinen
aan steden of vazalvorsten soms muntrecht toe, maar in nagenoeg alle gevallen stond
op één zijde van de munten dan toch de afbeelding van de keizer om daardoor diens
oppergezag te beklemtonen. Een munt als blijk van autoriteit speelt een rol in Marcus
12:13-17. Wanneer de Farizeeën en Herodianen Jezus in een val willen lokken door
Hem te vragen, of je aan de Romeinse keizer belasting moet betalen, vraagt Hij een
schelling (denarius) te tonen. Op de munt staan de beeldenaar en het opschrift van de
keizer. Het kan zijn, dat er hier sprake was van een echt Romeinse munt meteen
Latijns opschrift. Het kan ook een munt met een Grieks opschrift geweest zijn. In beide
gevallen demonstreert het bestaan en gebruik van de munt, dat de keizer soeverein
was. Als de Farizeeën en Herodianen dus zelf munten van de keizer gebruiken,
erkennen zij zijn oppergezag en dienen ze dus ook aan zijn belastingwetten te
voldoen: „Geeft dan de keizer wat des keizers is …”
Propaganda
Ook de Romeinen vonden het muntrecht een gewichtig middel om hun gezag te doen
blijken. Ze zijn echter ook degenen geweest die op grote schaal munten voor
propagandadoeleinden gebruikten. Zoals tegenwoordig speciale postzegels
uitgegeven worden om de aandacht te vestigen op belangrijke gebeurtenissen of op
herdenkingen, zo gebruikten de Romeinen munten. Dit feit maakt munten tot een
belangrijke historische bron. Ze vormen illustraties van veroveringen, machtswisselingen,
bouwwerken, godsdienstige zaken en wat al niet.
Uit de verspreiding van Romeinse munten door de wereld kan opgemaakt worden,
hoe ver het handels verkeer van het Romeinse rijk reikte. Het voorkomen van munten
in Scandinavië, buiten het rijk dus, vormt geen probleem. We kunnen gerust
aannemen, dat er handel met die streken bestond. Merkwaardig is echter de grote
hoeveelheid Romeinse munten die in Amerika ontdekt is.

Wat waren de munten waard?

In vele handboeken bij de Bijbel en ook in bijbeluitgaven staan tabellen, waarin we
een overzicht krijgen van de destijds gangbare munten. Wij herkennen onze munten
doordat de waarde erop staat. In de Oudheid stond de waarde echter zelden op de
munten. De grootte en het gebruikte metaal waren voldoende om te weten, of men
b.v. een stater, een tetradrachme of een denarius in de hand had.
Een Romeinse denarius (NBG-vertaling „schelling”) had in de praktijk dezelfde waarde
als een Griekse drachme. Dit betekent, dat een tetradrachme vier denariën waard
was: „tetra” betekent vier. Wanneer we „zilverstukken” lezen, zijn normaal deze
munten bedoeld.
Een mna (NBG-vertaling „pond”) was 100 drachmen of denariën waard.
Kopergeld had zeer weinig waarde.
Zo is het eenvoudig de onderlinge waarde van de munten te bepalen.
De nieuwsgierige vraag:,, Zeg nu eens, hoeveel euro’s dat was”, kan helaas niet
beantwoord worden.
Ten eerste was er in de Oudheid, net zoals in onze tijd, waardevermeerdering en
waardevermindering van het geld. Keizer Diocletianus moest de inflatie een halt
toeroepen door maximumprijzen vast te stellen voor goederen en diensten.
Verder waren de behoeften destijds anders dan in onze tijd. Er waren geen kosten voor
water, elektriciteit, auto, huishoudelijke apparaten en verzekeringen. Daardoor werd een
groot deel van het geld besteed aan eten, kleding en het in stand houden van de
huishouding. Wij geven zeer weinig geld uit aan brood, zij besteedden hiervoor een veel
groter deel van hun inkomen. De prijs van het brood bijvoorbeeld kan dus niet gebruikt
worden om de waarde van het geld uit de Oudheid te vergelijken met ons geld.
Dagloon
We kunnen geen vergelijking maken tussen Griekse of Romeinse munten en de onze.
Wel kunnen we toepassingen maken met een minder duidelijk gegeven. In Mattheüs
20: 2 blijkt namelijk, dat een denarius een normaal loon vormde voor een dagloner.
Nogmaals: wij kunnen géén vergelijking maken met een normaal dagloon in onze
dagen. Ons leven is zoveel veranderd. Wel kunnen we wat meer reliëf brengen in
enkele bijbelse teksten.
a. Openbaring 6 : 6
„Een choinix tarwe voor een denarius en drie choinikes gerst voor een
denarius. En breng geen schade toe aan de olie en de wijn”.
Eén dagloon levert één choinix tarwe op. Dit was voldoende om één mens één dag te
voeden. De tekst spreekt dus over buitengewoon hoge voedselprijzen. Gelukkig kan
men voor dezelfde prijs ook de drievoudige portie gerst krijgen, maar dan betekent dit
nog, dat een gezin van meer dan drie personen met één inkomen honger begint te
krijgen. Een choinix is 1,14liter.
Wat de olie en de wijn betreft, moeten we de tekst vergelijken met Spreuken 21 . 17:
Wie van vermaak houdt, zal gebrek lijden, wie olie en wijn liefheeft, wordt
niet rijk”.
Blijkbaar horen olie en wijn bij vermaak van rijken. Voor Openbaring 6 betekent dat,
dat wie zich luxe kan permitteren, kennelijk niet tekortkomt.
b. Mattheüs 18 21-35
Een talent is 6000 denariën of drachmen waard. Dat komt dus neer op 6000 daglonen.
De schuld die de slaaf bij de koning had, bedroeg 10.000 talenten ofwel 10, 000 x 6.000
daglonen. Dat is 60 miljoen daglonen. In de Joodse wereld met zijn sabbatten en
feestdagen kunnen we globaal rekenen met 300 werkdagen per jaar. Dit betekent, dat
de slaaf zijn schuld kon terugverdienen in 200.000 jaar. En wat zegt de man?,, Heb
geduld met mij en ik zal u betalen!”
200.000 jaar geduld! Ons leert dit, hoe belachelijk de houding van een mens is die door
eigen verdienste met God in het reine wil komen. De zonde van een mens blijkt te
zwaar om zelf de strafte dragen. Zie ook Psalm 49 : 8-9.
Als de slaaf na zijn vrijlating later zijn medeslaaf tegenkomt, vraagt hij hem 100 denariën
terug. Dit bedrag komt overeen met 100 daglonen, ofwel 4 maanden werk. Natuurlijk
gaat het om een serieus bedrag, maar het valt in het niet bij de J0.000 talenten. Wat
mensen ons aandoen en vergeven moet worden, blijkt dus wel degelijk serieus
genomen te worden. Gods voorbeeld moet ons echter tot vergeving brengen.

Literatuur

J. Babelon, La numismatique antique, (serie Que sais-je?, 168), Paris 1949
A, N. Zadoks- Josephus Jitta en W. A. van Es, Muntwijzer voor de Romeinse tijd,
’s-Gravenhage 1962
R, A. G. Carson, Coins, Ancient, Mediaeval & Modern, I Coins of Greece and
Rome, London 1971
B. Fell, Saga America, New York 1980, p. 117

Bron: www.dirkzwagerarie.be

No responses yet

aug 10 2011

Het Penningkabinet

De collectie van het Penningkabinet is in belangrijke mate opgebouwd uit verschillende verzamelingen die ofwel door aankoop ofwel door schenking in haar bezit zijn gekomen. In deze rubriek vindt U een selectie korte biografieën van de numismaten wiens collectie zich in de staatsverzameling bevindt. Het gaat hier om reeds eerder gepubliceerde teksten die steeds in de originele taal van publicatie worden weergegeven. Voor elk personage werd wel een beknopte Nederlandse samenvatting van de originele tekst gegeven.

1860 et 1868 Renier Chalon (1802 – 23/2/1889)

Renier Chalon, afkomstig uit Bergen, was naast een bekend numismaat ook berucht om zijn originele grappen en activiteiten. Hij was gedurende bijna veertig jaar voorzitter van het Koninklijk Belgisch Genootschap voor Numismatiek. Hij schonk een belangrijke collectie Henegouwse munten aan de Staat.

1865 et 1887 Louis Geelhand (1820-1894)

Verzameling verkregen in 1865. Naast een collectie van 2.800 munten en penningen uit de Nederlanden werden in 1887 ook nog 768 jetons uit onze streken, voornamelijk uit de 15de en de 16de eeuw, verworven.
1893 Maurice de Robiano (1815-1869)

Deze belangrijke verzameling voornamelijk van munten van de graven en hertogen van Luxemburg en van de markiezen en graven van Namen bevat 3.132 stukken. Ze werd verworven in 1893.

1897 Édouard Van den Broeck (1820- 1912)

In 1897 verwierf het Penningkabinet deze collectie van meer dan 340 jetons, vervaardigd in de voormalige 17-provincies. De belangrijkste ensembles in deze verzameling echter zijn de penningen van de ontvangers-schatbewaarders van de stad Brussel (1334-1698) en deze van de ontvangers-opzichters van het Kanaal (1585-1698).

1898 Lucien de Hirsch (11/7/1856 – 6/4/1887)

1899 Albéric du Chastel (21/12/1842 – 21/1/1919)

Toen de Belgische staat in 1899 de 821 Griekse en Romeinse munten uit de collectie van Albéric du Chastel de la Howarderies aankocht, ging deze verzameling, voor wat de kwaliteit van de stukken betreft, door als één van de allermooiste ter wereld.

1903 Charles Van Schoor (1840-1902)

Verzameling van pauselijke munten en penningen geschonken in 1903. Onder de 1.550 munten bevinden zich belangrijke zeldzaamheden. De 1.200 penningen vormen het kleinere maar daarom niet minder belangrijke deel van de verzameling met prachtige medailles gegraveerd door grote artiesten zoals Guazzalotti, Paladino, Cellini, enz.

1904 Henri Surmont de Volsberghe (1820-1912)

Deze grote collectie van ongeveer 8.000 stukken werd geschonken in 1904. Ze is vooral interessant door de aanwezigheid van enkele zeer belangrijke reeksen zoals de penningen van Theodoor van Berckel en de collectie medailles, draagtekens en eretekens die betrekking hebben op de Brabantse revolutie. Daarnaast bevat de verzameling nog heel wat andere reeksen orden en eretekens, pauselijke penningen, Franse penningen alsook jetons en munten van onze gewesten.

1924 Baudoin de Jonghe (1842-1925)

De collectie De Jonghe telt meer dan 6.000 stukken en werd verworven door de Belgische staat in 1924 maar ook deels dankzij de Universitaire Stichting. De verzameling bevat heel wat zeldzaamheden en heeft betrekking op onze gewesten. Ze omvat munten die getuigen van onze gehele monetaire geschiedenis van de Galliërs tot de 19de eeuw.

1924 Charles Lefébure (1862-1943)

Deze verzameling werd geschonken in 1924. Ze is alleen al door haar omvang, meer dan 7.000 stukken, zeer belangrijk. De collectie bevat uitsluitend medailles, decoraties, speldjes en dergelijke die in België werden uitgegeven of vervaardigd in de periode 1914 – 1919. Een deel ervan werd gepubliceerd in het werk Exposé succinct et chronologique de la frappe patriotique, de nécessité, de bienfaisance et commémorative en Belgique occupée, uitgegeven te Brussel in 1923.

1940 Edouard Bernays (1847 – 20/4/1940)

Deze verzameling van 375 stukken werd geschonken in 1940. Ze bevat Luxemburgse en Naamse munten. Het gaat steeds om kwaliteitsstukken waarvan sommige uiterst zeldzaam of zelfs uniek zijn.

No responses yet

jul 13 2011

Prijsvraag: Bestaat er een munt met de beeltenis van Albert Van Damme?

Veldrijder Albert Van Damme werd éénmaal wereldkampioen veldrijden (1974). Onze prijsvraag: bestaat er een munt of erepenning van deze cyclocrosser? En zo ja, in welk materiaal: goud, zilver, brons of een ander eremetaal?

Boek

In oktober 2011 verschijnt bij uitgeverij Bola Editions het boek ‘Albert Van Damme – De leeuw van Laarne’ van Stefaan Van Laere. In dit boek beschrijft de auteur, zelf opgegroeid in Laarne, hoe hij als kind gefascineerd zat toe te kijken hoe Albert Van Damme in 1974 wereldkampioen werd.
Het boek bevat uniek beeldmateriaal uit het persoonlijk archief van Albert Van Damme en is de weerslag van de vele gesprekken die de auteur met de meest bekende inwoner van Laarne en tal van ex-renners en personen uit zijn omgeving had.

‘Albert Van Damme – De leeuw van Laarne’ verschijnt in de periode van de zesde Ereprijs Albert Van Damme, meteen de allereerste A-veldrit voor profs in de omgeving van het kasteel, met steun van het gemeentebestuur van Laarne.

U heeft nu al de kans voor in te tekenen en u te verzekeren van een exemplaar met een aanzienlijke korting (€ 17,50 in plaats van € 22,50).

De namen van personen die voor 15 augustus 2011 hebben gereserveerd, zullen in het boek afgedrukt worden. Bovendien worden de gereserveerde exemplaren gesigneerd door Albert Van Damme en auteur Stefaan Van Laere.

U heeft de keuze om het boek op de veldrit van zaterdag 8 oktober in Laarne af te halen op de speciale boekenstand of zonder verzendkosten thuisgestuurd te krijgen.

Hoe reserveren?

Voor België

Tot 15 augustus 2011:

• Voor wie het boek op de veldrit in Laarne wil komen ophalen: stort € 17,50 op rekeningnummer 979-6257038-58 met vermelding ‘1 ex. Albert Van Damme veldrit ophalen’. Uw naam wordt in het boek afgedrukt. U ontvangt een gesigneerd exemplaar.
• Voor wie het boek thuisgestuurd wil krijgen wil: stort € 17,50 op rekeningnummer 979-6257038-58 met vermelding ‘1 ex. Albert Van Damme opsturen’. Uw naam wordt in het boek afgedrukt. U ontvangt een gesigneerd exemplaar.

16 augustus – 8 oktober 2011:

• Voor wie het boek op de veldrit in Laarne wil komen ophalen: stort € 20,00 op rekeningnummer 979-6257038-58 met vermelding ‘1 ex. Albert Van Damme veldrit ophalen’. U ontvangt een gesigneerd exemplaar.
• Voor wie het boek thuisgestuurd wil krijgen wil: stort € 20,00 op rekeningnummer 979-6257038-58 met vermelding ‘1 ex. Albert Van Damme opsturen’. U ontvangt een gesigneerd exemplaar.

Vanaf 8 oktober 2011:

• stort € 22,50 op rekeningnummer 979-6257038-58 met vermelding ‘1 ex. Albert Van Damme opsturen’. U ontvangt een gesigneerd exemplaar.

Voor het buitenland:

Storten op IBAN BE95 9796 2570 3858, BIC ARSPBE22

Meer info:
info@bola-editions.be
www.bola-editions.be

No responses yet

jun 19 2011

Gouden munten, penningen en goudstaven zijn veelzijdig en duurzaam

Met munten en penningen kun je als verzamelaar tal van richtingen uit en het is een aangename hobby. Je vindt ze dan ook in alle soorten en formaten terug met als neusje van de zalm goudmunten en zilveren munten, met uiteraard een wisselende waarde.

Meerwaarde

De echte verzamelaar weet intussen wat hij wil en gaat op zoek naar exemplaren die hij omwille van hun unieke uitstraling en schoonheid de moeite waard vindt, of hij ziet er een vorm van belegging in met het oog op een grote meerwaarde in de toekomst. Hoe dan ook blijkt de aankoop en verkoop van munten en penningen, en uiteraard ook van goudstaven en goudbaren goud, werk voor specialisten die je met raad en daad kunnen bijstaan om een verantwoorde aankoop of verkoop te kunnen realiseren.

Ruilhandel

Munten en penningen zijn van alle tijden. Van zodra de mens handel begon te drijven, zocht hij naar manieren om goederen en diensten met anderen uit te wisselen. Aanvankelijk gebeurde dat eenvoudig met ruilhandel, maar algauw voldeed deze methode niet meer.
Met de ontdekking van het vuur en metalen zoals koper, brons en tin was het ook mogelijk om munten te slaan. De eerste munten hadden weliswaar slechts primitieve ontwerpen, maar het duurde niet lang voor gestandaardiseerde muntstelsels tot stand kwamen die, aanvankelijk nog puur regionaal, werden gehanteerd. Ook werden al in de oudheid erepenningen geslagen om bepaalde figuren en geschiedkundige gebeurtenissen te herdenken. Deze munten en penningen uit de oudheid zijn bijzonder zeldzaam en bijgevolg duur, al is de nominale waarde ervan uiteraard verwaarloosbaar.
Verzamelaars die dergelijke munten en penningen in hun bezit hebben, kennen de waarde ervan en zullen niet snel overgaan tot de verkoop van deze munten omdat deze prijzen in de toekomst alleen maar zullen stijgen.

Goudmunten

Met de ontdekking van het goud had men ineens een schitterend materiaal ter beschikking om niet alleen goudstaven te gieten maar ook om goudmunten en penningen in goud te slaan.
Goud is een schitterend materiaal in dit verband. Het is een erg duurzaam edelmetaal dat nooit zijn glans verliest, maar toch relatief gemakkelijk te verhitten en omsmelten valt en bijgevolg ideaal is om munten van te slaan. Goudmunten en penningen zijn dan ook ideaal voor wie wil meespelen op het ritme van de golven van aankoop en verkoop. Munten zullen in de loop der geschiedenis steeds verder in waarde stijgen, in ieder geval ver boven hun oorspronkelijke nominale waarde uit. Wie de prijs van het goud van nabij volgt, zal zien dat er weliswaar minder grote schommelingen zijn dan bij aandelen en koersen en dat op lange termijn goud steeds de winnaar is.

Goudprijs

Toch zijn er ook kortstondige periodes dat de goudprijs om allerlei redenen daalt, en dan is het ogenblik aangebroken om je slag te slaan. Om het risico te spreiden kan je dan ook best een evenwichtige portefeuille samenstellen met een mix van gouden munten en puur goud in de vorm van goudbaren. De eeuwige tip voor de belegger blijft: stel een budget voorop en doe steeds beroep op de diensten van een vakman. Ga nooit over één nacht ijs. Investeren in goud doe je niet lichtzinnig, en het moet een verantwoorde keuze zijn gebaseerd op gezond verstand in combinatie met enig Fingerspitzengefühl, de raad van vakmensen en een minimum aan risico’s.

No responses yet

jun 06 2011

Over de Koninklijke Nederlandse Munt

Dit jaar bestaat het Muntgebouw 100 jaar. Dit viert de Koninklijke Nederlandse Munt met een bijzondere herdenkingsmunt ‘100 jaar Muntgebouw’. Wilt u meer achtergrondinformatie over dit thema en deze bijzondere herdenkingsmunt? Neem dan snel een kijkje op de webpagina http://www.knm.nl/100-jaar-muntgebouw/nl/page/488/.

Officieel Nederlands muntgeld

Koninklijke Nederlandse Munt: producent van het officiële Nederlandse Muntgeld
Sinds 1567 wordt in Utrecht Nederlands muntgeld geslagen. Als één van de oudste bedrijven in ons land is de Koninklijke Nederlandse Munt trots op een rijk verleden.
Nog steeds betalen we dagelijks met muntgeld. De Koninklijke Nederlandse Munt voorziet in die vraag door in opdracht van de Nederlandse Staat munten te slaan. Naast het slaan van circulatiegeld, richt de Koninklijke Nederlandse Munt zich op de (inter)nationale verzamelaarsmarkt met munten, penningen en muntgerelateerde producten.

Muntexpert

Door eeuwenlange ervaring in het ontwerpen en produceren van munten en penningen, mag de Koninklijke Nederlandse Munt zich met recht muntexpert noemen. Tijdens de invoering van de euro zette de Munt zijn kennis en vaardigheden met succes in: van 1999 tot 2002 werden 2,8 miljard euromunten geproduceerd. De europroductie was daarmee op jaarbasis ongeveer zes keer zo hoog als tijdens de guldenproductie.

Vijf zekerheden

Dit mag u van de Koninklijke Nederlandse Munt verwachten:
1. Autoriteit: enige officiële producent van Nederlands muntgeld
Koning Lodewijk Napoleon wees de Munt van Utrecht in 1807 aan als Nationaal Munthuis, op basis van goede outillering en faciliteiten. Sinds die tijd is de Koninklijke Nederlandse Munt de internationaal erkende producent van Nederlands muntgeld: van dukaten en florijnen via guldens tot de huidige euro’s.
2. Kwaliteit: een traditie van vakmanschap
De Koninklijke Nederlandse Munt slaat al sinds 1567 Nederlands muntgeld en officiële penningen. Of het nu gaat om betaalmiddelen of om verzamelobjecten en collecties, onze eeuwenoude ervaring en de bijbehorende ethische en ambachtelijke principes vormen de garantie op hoogwaardige en waardevolle uitgiften.
3. Authenticiteit: een Certificaat van Echtheid als bewijs
Een geschiedenis vanaf het jaar 1567 met onkreukbare betrouwbaarheid schept een verplichting. Producten van de Koninklijke Nederlandse Munt gaan dan ook vergezeld van een Certificaat van Echtheid. Een erkend waarborg van de authenticiteit van de uitgifte en de juistheid van de specificaties.
4. Garantie: zeker van vervolguitgiften
Zeer belangrijk voor verzamelaars is de zekerheid op vervolguitgiften. Als u zich inschrijft op een collectie, biedt de Koninklijke Nederlandse Munt u de garantie dat u óók de vervolguitgiften kunt bemachtigen. Omgekeerd hebt u overigens alle vrijheid om van vervolgaankopen af te zien.
5. Service: de klant is net zo Koninklijk als de Munt
Als klant van de Koninklijke Nederlandse Munt ontdekt u dat de dienstverlening uitstekend is.
Onze afdeling Klantenservice staat u graag te woord. Telefonisch op werkdagen van 9.00 tot 17.00 uur via 0900 – 566 30 30 (lokaal tarief). U kunt uw vragen ook per mail stellen, via klantenservice@knm.nl. U krijgt snel een antwoord.
Met bovenstaande beloftes weet u altijd waar u aan toe bent!

No responses yet

mei 11 2011

Komt er een herdenkingsmedaille voor verongelukte renner Wouter Weylandt?

De wielerwereld rouwt voor de eergisteren in de Ronde van Italië verongelukte renner Wouter Weylandt. De vraag rijst of er een herdenkingsmedaille komt om de herinneringen aan de onfortuinlijke Gentse coureur in ere te houden.

Internationaal onderwerp

De dood van Wouter Weylandt in de derde rit van de Giro en de indrukwekkende herdenking tijdens de rit van gisteren door het voltallige peloton was een item dat de wereldpers haalde. Tal van kranten, televisie- en radiozenders en nieuwswebsites gaven uitgebreid aandacht aan het dodelijk ongeval.

No responses yet

mei 10 2011

Tijdschrift Muntkoerier

Liefhebbers van munten en penningen kennen uiteraard het tijdschrift Muntkoerier. In het volgend nummer komen deze bijdragen aan bod.

In de Rubriek Belgische munten – Nu beleggen in Belgische munten?

Regelmatig wordt mij gevraagd of het kopen van oude Belgische munten een goede belegging zou kunnen zijn. Het antwoord hierop is niet eenvoudig maar U moet zich zeker aan een aantal regels houden om een mooi rendement te bereiken. Regel 1 – Koop alleen de oude uitgiftes en zeker nooit de nieuwe uitgiftes. Laat de nieuwe uitgiftes aan de verzamelaars die deze alleen kopen om hun verzameling compleet te houden of omdat ze de nieuwe uitgiftes mooi vinden. Deze nieuwe uitgiftes worden trouwens ook dikwijls uitgegeven ver boven hun nominale waarde! Wat op korte termijn kan leiden tot grote verliezen indien U moet verkopen. De set van de 150ste verjaardag van de Belgische onafhankelijkheid, uitgegeven in 1980, is daar een mooi voorbeeld van. Deze set, die zes goudstukken bevat, werd oorspronkelijk uitgegeven aan 1.125 euro. Momenteel staan ze aan 1.300 euro genoteerd en dit dankzij de hoge goudprijs. Verkopen via een veiling zou je een negatief resultaat bezorgen. Het artikel is geschreven door de heer Luc Vandamme.

In de Rubriek Nederland – Herdenkingsmunt 2011 – Nederland en de Schilderkunst

De nieuwste herdenkingsmunt staat geheel in het teken van Nederland en de Schilderkunst. De Nederlandse schilderkunst is internationaal gerenommeerd. Overal ter wereld hangen werken van Nederlandse schilders van naam en faam in musea. Van oude Hollandse Meesters tot hedendaagse kunst, Nederlandse kunstschilders zijn geliefd bij zowel kunstkenners als het grote publiek. De twee ontwerpers Persijn Broersen en Margit Lukács hebben de eerste vijf- en tien euro herdenkingsmunt van 2011 ontworpen. Het thema ‘Nederland en de Schilderkunst’ is een thema wat meteen tot de verbeelding spreekt. De verhouding tussen illusie en werkelijkheid is een van de meest kenmerkende aspecten van de Nederlandse schilderkunst. Persijn Broersen en Margit Lukács gebruikten het in hun ontwerp van het Schilderkunst Vijfje. Ze combineerden de uitgangspunten van historische en hedendaagse schilderkunst aan de hand van het 17e-eeuws schilderij ‘Gezicht op Delft’ van Johannes Vermeer.

In de Rubriek Euronieuws

Spanje kent 52 provincies en autonomen gebieden. Deze krijgen nu allemaal hun eigen 5 euromunt. In december 2010 verschenen twaalf munten uit deze serie, dit jaar verschijnen er 20 en de laatste 20 stuks verschijnen in 2012. De indeling is bij alle munten identiek. Ze tonen op de voorzijde de landsnaam, het wapen, de naam van de provincie en het jaartal. Op de keerzijde staat steeds een beroemd gebouw of gebouwen uit de provincie afgebeeld. De munten zijn vervaardigd van .925 fijn zilver, diameter 33 mm, gewicht 13.5 gram, de oplage verschilt per uitgifte.

In de Rubriek Nieuwe Munten

Polen eert de jazzpianist en componist Komeda (Krzysztof Trzcinski 1931-1969) met de uitgifte van drie bijzondere munten. Op de voorzijde van de 2 zlote staan de landsnaam, het staatswapen, de waardeaanduiding en het jaartal. Op de keerzijde staat een portret van Komeda afgebeeld. Op de voorzijde van ronde 10 zlotych staan het staatswapen, de landsnaam, de waardeaanduiding en een gestileerde weergave van een pianist achter een vleugel. Op de keerzijde staat een afbeelding van de pianist achter een vleugel, filmrollen en muziekinstrumenten. Op de voorzijde van de vierkante munt staan de landsnaam, het staatswapen, de waardeaanduiding, het jaartal en een gestileerde weergave van het portret van de kunstenaar. Op de keerzijde een groep gestileerd weergegeven muziekanten.

In de Rubriek Veilingen

Op 30 mei aanstaande zal ten eigen kantoren aan de Leeuwenveldseweg 14 te Weesp de voorjaarsveiling van De Nederlandsche Muntenveiling worden gehouden. Op 19, 20 en 21 mei aanstaande zal in het eigen veilinggebouw aan de Energieweg 7 te IJsselstein de 30ste MPO-veiling worden gehouden. Ook ditmaal weer een uitgebreide veiling waarbij vele zeldzaamheden en verzamelfacetten onder de hamer komen. Op zaterdag 18 juni aanstaande zal in de eigen veilingzaal van de firma Jean Elsen & ses Fils s.a. gelegen aan de Tervurenlaan 65 te Brussel veiling 109 worden gehouden. Op 15 en 16 april jongsleden werd in Hotel Lapershoek te Hilversum de 335ste Schulman-veiling gehouden. In totaal werden in de luxe geheel in kleur uitgevoerde catalogus 1325 kavels aangeboden. Op maandag 18 april 2001 vond in recreatiecentrum ’t Witven te Veldhoven de 31ste Karel de Geus-veiling plaats. Op deze dag werden ruim 1.800 kavels aangeboden.

www.muntkoerier.com

No responses yet

« Prev - Next »