Websites over munten verzamelen

Bekijk dit FILMPJE over de aankoop en verkoop van (gouden) munten en goudstukken

Op het internet vind je heel wat nuttige informatie over het verzamelen van munten. Liefhebbers van numismatiek raden we graag volgende website aan.

http://www.muntstukken.be/

Deze website bevat een gids voor muntverzamelaars van Arnaud Grispen die ons behoorlijk volledig lijkt. We vinden er volgende hoofdstukken:

I. Wat en hoe verzamelen?
II. De kwaliteiten
III. De prijsbepaling van munten
IV. Is muntverzamelen een dure hobby? Een belegging?
V. Veilingen
VI. De metalen en legeringen
VII. Boeken en catalogi in de numismatiek
VIII. Het reinigen, bewaren en beveiligen van munten
IX. De meest gebruikte woorden in de numismatiek
X. Slot

Zeker eens bekijken!

Een mooie catalogus van munten vind je op:

http://www.catawiki.be/catalogus/10-munten

Muntencatalogus

In de muntencatalogus vind je een overzicht van alle munten op Catawiki. De munten zijn ingedeeld op onder andere land en serie (Beatrix: 1980-heden, Juliana: 1948-1980, etc.). Je kunt de zoekfilters gebruiken voor het gewenste zoekresultaat.

Waarde van munten

Bij elke munt in de catalogus kun je aanvullende informatie vinden, zoals de munten waarde. De waarde van oude gouden & zilveren munten wordt bepaald door vraag en aanbod, de staat van de munt en de kwaliteitsbeoordeling. De staat van de munt hangt af van de slagkwaliteit, de visuele aantrekkelijkheid, de glans en de slijtage. De kwaliteitsbeoordeling van munten vindt plaats aan de hand van een systeem voor de kwaliteitsaanduiding: goed, fraai, zeer fraai, prachtig, FDC/UNC of PROOF.

Muntenverzameling toevoegen

Verzamel je munten? Op Catawiki kun je zelf je verzameling oude munten en nieuwe munten met één muisklik gratis online zetten. Ook maak je eenvoudig een zoeklijst van items, die nog in jouw muntenverzameling ontbreken. Als een door jou gezochte munt te koop wordt aangeboden, krijg je automatisch bericht.

©Stefaan Van Laere & Gold50

Reinigen van munten en penningen

Bekijk dit FILMPJE over de aankoop en verkoop van goud

Munten en penningen verzamelen is voor velen een fijne hobby, of zelfs iets meer. We vonden voor u een aantal tips voor het reinigen op de website www.numismatic.be van Rudy Beirnaert die we u graag willen meegeven.

Voorzichtig reinigen van munten en penningen

Het reinigen van munten en penningen moet voorzichtig gebeuren. Al te forse ingrepen zullen namelijk meer bederven dan goedmaken. Zij kunnen niet alleen tot beschadiging, maar zelfs tot uiteindelijke vernietiging van de munten leiden. Ook esthetisch gezien is het niet gewenst de munten te grondig te reinigen. Koperen munten bijvoorbeeld zijn vaak overdekt met minerale lagen, die aangeduid worden met de term patina. Wanneer dit patina een mooi, egaal uiterlijk heeft, moet men het zeker onaangetast laten. De kleur van dit patina kan, afhankelijk van de chemische samenstelling, zeer verschillend zijn. Er zijn vele schakeringen, variërend van zwart en bruin tot grijs, blauw en groen. In het algemeen wordt patina op kunstvoorwerpen beschouwd als een verfraaiing en derhalve wordt het op moderne penningen ook wel kunstmatig aangebracht.

Algemene regels
* Gedistilleerd water
Gebruik bij het aanmaken van schoonmaakmiddelen en bij het gehele reinigingsproces altijd gedistilleerd water en geen leidingwater. Dit is noodzakelijk omdat in gedistilleerd water geen bestanddelen voorkomen die schadelijk zijn voor de metalen. Deze treft men wel aan in regen- en leidingwater. Gedistilleerd water kan dan ook niet door gekookt water vervangen worden.
* Poetsen
Gebruik nooit zilver- of koperpoets en poets de munten nooit lang met een doek. Laat bij het behandelen van de munten gebruik van harde voorwerpen achterwege. Door te poetsen krijgen de munten vaak een onnatuurlijke glans en door het gebruik van harde voorwerpen ontstaan krassen. Gebruik liever een borstel dan een doek; bijvoorbeeld een bijgeknipte tandenborstel of een nagelborsteltje.
* Spoelen
Na elke behandeling moeten de munten goed gespoeld worden. Dit is erg belangrijk. Worden de bij het reinigingsproces gebruikte stoffen als citroenzuur of natriumbisulfaat niet goed uit het metaal verwijderd, dan kan dit leiden tot verregaande aantasting van de munten. Wanneer de zuurresten die achtergebleven zijn op de munten, in aanraking komen met de zuurstof uit de buitenlucht, vindt er onder invloed van de vochtigheid namelijk een sterk versnelde oxidevorming plaats. Leg de munten in een bad met gedistilleerd water. Zij mogen niet op elkaar liggen en moeten regelmatig omgedraaid worden. Wanneer deze werkwijze niet gevolgd wordt, kunnen verkleuringen op de munten ontstaan. Een enkele keer water verversen is noodzakelijk, omdat anders het water verzuurt en de chemicaliën op de munten blijven inwerken. Na ongeveer dertig minuten is de behandeling voltooid. Spoelen is voldoende bij gouden en zilveren voorwerpen. Voor koperen andere onedele metalen is spoelen alleen vaak niet voldoende. De chemicaliën werken bij deze metalen tot diep in de munten door en zijn met alleen spoelen niet te verwijderen. De behandelde munten kunnen daarom beter geneutraliseerd worden.
* Neutraliseren
Neutraliseren is evenals spoelen een methode om de ingrijpende werking van chemicaliën stop te zetten. Het voordeel van neutralisatie is dat het direct de werking van een bepaalde stof opheft. Een gebruikt zuur wordt geneutraliseerd door middel van een loog en een loog door middel van een zuur. Dompel de met een zuur behandelde munt even onder in een bad met bijvoorbeeld natronloog. Hierna toch weer goed spoelen, want de munt kan afhankelijk van de sterkte van het loog en de duur van de onderdompeling basisch geworden zijn. Door middel van spoelen wordt het loogrestant verwijderd. Voor het neutraliseren van zuren (zoals citroenzuur of fosforzuur) zijn onder andere natronloog en huishoudsoda te gebruiken. Dit is een beduidend zwakker loog en kan dan ook alleen gebruikt worden als de munten met een zwakzure oplossing gereinigd zijn. Voor het neutraliseren van logen (zoals bijvoorbeeld natronloog) zijn onder andere citroenzuur en natriumbisulfaat te gebruiken.
* Drogen
Het drogen van de munten moet grondig gebeuren. Mede onder invloed van vochtigheid vindt oxidevorming plaats. Wanneer munten niet goed gedroogd zijn, hebben allerlei soorten verontreiniging die in de atmosfeer voorkomen, een grotere inwerking op het oppervlak, waardoor zij veel sneller oxideren. Het drogen kan gebeuren door de munten op een van gaatjes voorziene plaat op de radiator van de verwarming te leggen, nadat zij eerst met een zachte doek ‘handdroog’ gedept zijn. Een met nylon vliegengaas bespannen raamwerkje is ook goed te gebruiken. Effectiever is het gebruik van een haarföhn. Hiermee kunnen de munten goed en snel gedroogd worden.
* Veiligheid
Wees voorzichtig bij het gebruik van chemicaliën. Let er bij het maken van de oplossingen op dat de zuren in het water gedaan worden en niet andersom (zo voorkom je spetters!). Uit het oogpunt van persoonlijke veiligheid zijn onmisbaar:
* een goed stofmasker (mondkapje.) * handschoenen. * veiligheidsbril of gelaatsscherm. * schone werkjas. Wees ook voorzichtig met ammoniakdampen. Zij zijn erg ongezond voor de luchtwegen en de longen. Verricht de werkzaamheden zoveel mogelijk in een goed geventileerde ruimte.
Milieu-eisen
Bij het schoonmaken van munten en penningen kan men niet zonder zuren en basen, maar veilige zuren en basen bestaan niet! Alle afgewerkte stoffen moeten – onder vermelding van de inhoud – gescheiden ingeleverd worden bij de (chemokar van de) gemeentereiniging.

Kijk zeker uit wat u koopt op een veiling.

U laat zich meedrijven met het bieden. En als u eenmaal het lot hebt aangekocht heeft u zeker spijt van wat u heeft gekocht. U zal altijd boven de waarde betalen. Koopjes zal u niet snel vinden. Stel u voor, op een dag zou u willen stoppen met het verzamelen en u gaat alles verkopen. U zal zich en bult verschieten van wat u slechts zal krijgen in Euro. Dus weer teleurgesteld.

Muntenbeurzen

Uiteraard zijn er wel koopjes te vinden op muntenbeurzen. Daar zitten verzamelaars die graag hun dubbele munten willen ruilen.
Daarom:
Wil ik u al deze teleurstellingen besparen en ga daarom naar een muntenbeurs ingericht door het EGMP.
Elke week is er wel een muntenbeurs in uw buurt. Alle info vindt u op www.egmp.be
Als u toch op een veiling munten wilt kopen heeft u hier alvast enkele warm aanbevolen adressen:

1) Fleurdecoin – Brugstraat 22A – 9000 Gent : http://www.fleurdecoin.be
2) Willem van Alsenoy – Oudaan 6 – 2000 Antwerpen: http://www.vanalsenoy.com/

Ik zelf, heb interesse voor de volgende munten:
* Van 14de tot 19de eeuwse munten van de stad Antwerpen, Brussel, Brugge, Doornik, .
* Munten geslagen na 1830.

Copyright ©2001 Beirnaert Rudy www.numismatic.be

Munten in Hagelandse cijnsboeken uit de 16de eeuw

Geschiedenis is een boeiende materie. Het leert ons veel over ons verleden en dat heeft invloed op het heden. Of het lvert gewoon interessante informatie op, zoals over de munten uit het Hageland in de 16de eeuw. Onze bron is Hagelandia, Scherven van de geschiedenis van het Hageland.

Cijnsboeken uit het Ancien Régime zijn moeilijk toegankelijk voor lokale historici en genealogen. Niet alleen is er het moeilijk leesbare geschrift. Ook de talloze schrappingen en latere toevoegingen in een ander handschrift zijn niet bevorderlijk voor de leesbaarheid. Tenslotte zijn er de cryptische afkortingen en symbolen, waardoor men geneigd is die slordige kladboekjes -want zo komen ze over- terzijde te schuiven.

Dit is spijtig, want als men de moeite doet deze documenten te doorgronden, dan zijn cijnsboeken waardevolle bronnen voor de genealogie, de toponymie, de bezitsstructuur en de landbouwgeschiedenis.
Een cijnsboek is een lijst van cijnsplichtigen, die in ruil voor het gebruik van een stuk grond, aan een grondbezitter, een heer of een kerkelijke instelling een jaarlijkse cijns dienden te betalen. Een cijns is een bedrag in geld of een levering in natura, bv. een bepaalde hoeveelheid haver, of in veel gevallen een aantal kapuinen -gesneden hanen-.
Cijnzen uitgedrukt in geld bleven eeuwen onveranderd. Door de geldontwaarding en de stijgende prijzen werd het inkomen uit cijnzen van de heer in reële termen na verloop van tijd alsmaar lager. En omgekeerd, de last die op de cijnsplichtige boeren drukte, werd lichter. Zodanig dat de cijnzen eerder een symbool werden van de oorspronkelijke afhankelijkheidsverhouding van de cijnsplichtigen ten aanzien van de grondheer.

Ook juridisch werd de cijnsplichtige tenslotte erkend als de bijna-volledige eigenaar van zijn cijnsgoed: hij kon het verkopen en met een rente belasten, maar hij moest dit wel laten registreren in het cijnshof van de heer. Een cijnshof of laathof was een rechtbank van de cijnsplichtigen van een grondheer, waarin alle transacties betreffende de cijnsgoederen werden geattesteerd, en waarin betwistingen rond cijnsgoederen werden beslecht.

Laten we ons hier met de gebruikte munten in cijnsboeken bezighouden. Volgende voorbeelden komen uit het cijnsboek uit 1589 van de Abdij Vrouwenpark voor goederen in Langdorp:

Pieter Dielis te voeren Wouter Sijne iii d(enieren) boon
van een pleck lants, daer een huijs plach op te staene, houdende omtrent 1 1/2 dach(mael)
Anthonis Scutters te voeren Pauwel Peeters xx sch(ellingen) pay(ment)
van huijs ende hoeve

Pieter Dielis moet 3 denieren boon betalen voor 1 1/2 dagmaal gond, d.i. ongeveer een halve hectare. Anthonis Scutters is 20 schellingen payment verplicht voor een huis en hoeve. Wat betekenen die bedragen en munten? Belangrijk voor het begrijpen van het geld in het Ancien Régime is dat een gedbedrag dikwijls uit twee componenten bestaat: 1) de eenheid: ponden, schellingen en denieren -ook wel penningen genoemd- 2) de gebruikte muntsoort.

Sinds de Karolingers was het geld aldus onderverdeeld: 1 pond = 20 schellingen = 240 denieren, waarbij 1 schelling = 12 denieren. Die verhoudingen golden binnen elke muntsoort. Tot in de 13de eeuw was de denier de enige klinkende munt, die bij betalingen werd gebruikt. Schellingen en ponden waren boekhoudkundige veelvouden van de reële zilveren dienier, om grotere bedragen gemakkelijker te kunnen voorstellen.

Door de heropleving van de handel en het groeiende bestuursapparaat van de vorsten, kwam er een tekort aan geld. De vorsten begonnen dan maar het zilvergehalte van de munten te verlagen. Uit eenzelfde hoeveelheid zilver werden grotere hoeveelheden denieren geslagen, waardoor die een lager zilvergehalte hadden dan de reeds in omloop zijnde denieren.
Dit zette natuurlijk kwaad bloed bij de heren die van cijnzen en andere vaste inkomsten moesten leven. Want als een cijnsplichtige zeg maar drie denieren betaalde met gedevalueerde munstukken, die minder zilver bevatten, dan ging het inkomen van de heer in reële termen achteruit. Hertog Jan I wou aan deze situatie verhelpen. In 1291 bepaalde hij dat de cijnzen aan om het even welke grondheer in Brabant betaald moesten worden in nieuwe denieren, waarbij 3 oude denieren gelijk waren aan 4 oude denieren. 1 oude denier was dus 1,3 nieuwe denieren, of 1 nieuwe denier was 0,75 oude denieren.

Om de daaruit voortspruitende muntverwarring tegent te gaan, werden vanaf de late 13de eeuw adjectieven toegevoegd aan geldbedragen om uit te drukken of het om ‘oud’ of ‘nieuw’ geld gaat. Oud geld omschreef men bv. als bone et legalis monete. Men wil benadrukken dat het gaat om ‘oud’, ‘wettelijk’ of ‘goed’ geld. Wanneer men een contract sluit, dan willen de partijen zich beschermen tegen de gedevalueerde en bijgevolg slechte denieren. die meer en meer in de omloop belanden.
Binnen deze ontwikkeling past ons voorbeeld uit het cijnsboek van de Abdij Vrouwenpark uit 1589: een bedrag van 3 denieren boon. ‘Boon’ is de afkorting van bona moneta, goed geld. Geld van vroeger, dat meer zilver bevatte. Vermits cijnsbedragen eeuwenlang onveranderd blijven, kunnen we concluderen dat deze vercijnzing in de late 13de of vroege 14de eeuw moet gebeurd zijn, toen men zich zorgen begon te maken over de geldontwaarding.

De slechte, gedevalueerde munten werden vanaf het einde van de 13de eeuw uitgedrukt als parve monete. Hiermee wil men de gedevalueerde denieren aanduiden. Ook spreekt men van monete, communiter currentis in Brabatia of penningen paiments, alse altoes in borse gaen sal. Het ‘payment’ wordt vanaf de 14de eeuw een nieuw rekenmuntsysteem in Brabant, naast vele andere.
Hier komt ons tweede voorbeeld uit het cijnsboek van de Abdij Vrouwenpark uit 1589 op d proppen: Anthonis Scutters moet 20 schellingen payment betalen. De vercijnsing moet dus ergens vanaf de 14de eeuw hebben plaatsgevonden, toen het payment in Brabant gebruikt werd om bedragen uit te drukken die betaald werden in ‘lopend geld’, geld dat door muntontwaardingen steeds meer van zijn oorspronkelijke waarde verloor, in tegenstelling tot ‘goed geld’.

Als we ons beperken tot onze twee voorbeelden uit het cijnsboek van 1589, 3 denieren ‘goed geld’, en 20 schellingen payment, kunnen we dan nog achterhalen welke de waarde van die bedragen is? We zouden die oude bedragen moeten kunnen omrekenen naar geld uit die tijd, eind 16de eeuw dus. Gemakshalve maak ik gebruik van het oud cijnsboekje uit de 18de eeuw dat Jan Verbesselt heeft gevonden: Den schat der cheynsen, uitgegeven rond 1745. De auteur ging toen reeds te rade bij een oudere uitgave uit 1689, die op zijn beurt teruggreep op documenten uit de late 16de eeuw. De auteur schreef zijn boekje om tegemoet te komen aan de wensen van vele cijnsheffers, die reeds toen de diverse cijnzen en munten niet goed begrepen. Dus ook de tijdgenoten krabten zich dikwijls net als wij in hun haar bij die archaïsche geldbedragen.

Vanaf de late 16de eeuw begon men in plaats van het ponden-schellingen systeem meer en meer het gulden-stuivers rekensysteem te gebruiken. 1 gulden = 20 stuivers, en 1 stuiver = 4 oorden = 72 myten. Als ik het goed begrijp, dan is de ‘penning boon’ hetzelfde als de ‘penning lovensch’ (opgelet! toen ik dit schreef, begreep ik dit nog niet zo goed. De penning boon of penning goed geld is minder waard dan de penning lovensch, maar omdat het om zodanig kleine waarden gaat, blijft volgende redenering staande). 1 penning lovensch is volgens den schat der chyensen = 0 gulden 0 stuivers 0 oorden 15 myten, dus nog zelfs geen stuiver, die in de 16de eeuw gebruikt werd bij dagdagelijkse betalingen. Vermits 1 stuiver = 72 myten, is 1 penning lovens gelijk aan 0,2 stuiver. Het bedrag van 3 denieren boon uit het cijnsboek zou dan slechts 0,6 stuiver zijn, een heel klein bedrag dus.

20 schellingen payment uit het cijnsboek van 1589 is volgens den schat der cheynsen gelijk aan 20 myten uit de 16de eeuw, of 0 gulden 0 stuivers 0 oorden 20 myten. Of 0,27 stuiver, eveneens een zeer klein bedrag. Als we nu beide voorbeelden vergelijken, dan zien we dat Pieter Dielis in 1589 0,6 stuiver of 0,03 gulden betaalt voor anderhalf dagmaal grond, en Anthonis Scutters 0,3 stuiver of 0,015 gulden voor een huis en hoeve. Geen slechte zaak dus! Zeker als men weet dat het dagloon van een meester-metselaar 12 denieren Brabantse groten of 4 stuivers bedroeg.

Als al die ingewikkelde berekeningen juist zijn, dan staven ze mijn vorige bewering dat cijnzen in de loop der eeuwen bijna belachelijk laag zijn geworden, ja dat ze veeleer een symbolische waarde hadden gekregen, die niet meer in verhouding stond tot de reële economische waarde van een cijngoed. Eind 18de eeuw was het aandeel van de cijnzen in het inkomen van de abdij Tongerlo amper 2 %. Het gros van hun inkomen haalden de abdijen toen uit verpachtigen van pachthoven en landbouwgrond, die onderhevig waren aan de echte marktwetten. Cijnzen waren aan het eind van het Ancien Régime een archaïsch relict uit de middeleeleeuwen, die niettegenstaande de grote maatschappelijke veranderingen toch eeuwenlang in voege bleven.

Bronnen

Rijksarchief Leuven, Kerkarchief, nr. 9891, Cijnsboek van Abdij Vrouwenpark in Langdorp; 1589.
J.P. PEETERS, De financiën van de kleine en secundaire steden in Brabant vand e 12de tot het midden der 16de eeuw, Brussel, 1980, deel 3, p. 530-597.
J. VERBESSELT, Oude cijnzen, munten en maten, uitgegeven door VVF (overdruk uit Eigen Schoon en de Brabander, 1955)
Bron van dit artikel: Hagelandia, Scherven van de geschiedenis van het Hageland

Reinigen, bewaren en beveiligen van je munten collectie

Munten reinigen

Met reinigen bedoelen we niet poetsen, maar wel de munt ontdoen van gedroogde aarde, vuil en andere resten. Een werkje dat met de nodige omzichtigheid moet gebeuren, want het grote nadeel is dat de patina meestal ook mee verdwijnt.

Alle metalen munten mogen in heet en zeer sterk zeepsop (loog) worden gewassen en nadien geborsteld en met een stijf (maar zacht) borsteltje. Elk materiaal heeft zijn andere reinigingsmethodes. Een tip: probeer eerst met een goedkoop muntje uit je verzameling. Schade die je aan de munt toebrengt door een te agressieve reiniging, kan je doorgaans niet meer herstellen.

Goud : Wrijf op met een mengsel van zout en citroensap. Begin voorzichtig.
Het oppoetsen van oude gepatineerde stukken is af te raden. Een gepolijste munt is minder waard dan een gouden munt met een mooie patina. Afblijven is de boodschap.

Zilver : Leg de stukken in een oplossing van 50% zeepsop, 25% ammoniak en 25% brandalcohol en laat ze meerdere dagen in die oplossing weken. Kook de stukken af in ammoniak en laat afkoelen. Neem een plaatje zink van 15 cm op 15 cm, 2 grote scheppen sodazout (sel de soude) en water, laat eens flink koken en leg de stukken in de oplossing. Door een scheikundige reactie reinigen de stukken zonder wrijven. Wrijf ze vervolgens af met brandalcohol. Ook met thinner bekom je goede resultaten.

Wanneer zilveren munten zwart zijn uitgeslagen of zwarte plekken vertoont, is het beste middel de stukken in een menging van 50% citroenzuur en 50% water te leggen, ze dikwijls te bewegen en om te draaien. Vernieuw de oplossing om de drie dagen. Bij hardnekkige zwarte plekken kan de behandeling drie weken duren, maar uiteindelijk zal je geduld beloond worden.

Brons : Laat weken in petroleum en borstel daarna. Laat weken in een oplossing van 1/3 water, 1/3 azijn, 1/3 ammoniak, daarna borstelen.

Koper : Laat de stukken afkoken in azijn, waaraan een flinke dosis zout is toegevoegd. Gebruik zoals voor zilver thinner. Maak een zeer sterk zeepsop en kook de stukken daarin af. Verguld koper borstel je met een licht zeepsop, waaraan per liter water 3 soeplepels ammoniak en brandalcohol zijn toegevoegd.

Koper-nikkel : Hiervoor mogen alle hoger beschreven producten worden gebruikt.

Tin : Wrijf de stukken in met een preiblad. Kook af in bier. Wrijf in met polerwatte.

IJzer : Wrijf in met as van houtskool bevochtigd met keukenolie. Laat enkele dagen weken in petroleum.

Zink : Was alleen in sterk zeepsop. Borstel hard met waspoeder.

Belangrijk is dat na het reinigingsproces de munt goed gewassen wordt met gedistilleerd water en grondig gespoeld om zo alle zuren te neutraliseren.

Het oppoetsen van oude gepatineerde stukken is af te raden. Een gepolijste munt is minder waard dan een munt met een mooie patina. Afblijven is de boodschap.

Als je toch wil poetsen: gebruik dan nooit koper- of zilverpoets, maar bij voorkeur de bestaande producten speciaal voor munten te koop bij de muntenhandelaar.

Munten bewaren

Er zijn heel goede materialen in de handel om je munten te bewaren, in alle afmetingen en kleuren en met accessoires naar keuze.

De muntenbox en de muntenkoffer en/of -kast
De muntbox bestaat uit verschillende verdiepingen, onbeperkt stapelbaar waarbij de munten steeds zichtbaar blijven door de lade van een verdieping open te schuiven. De muntkoffer daarentegen bevat enkele muntenboxen met de bedoeling om ze gemakkelijker te verplaatsen of mee te nemen.
De muntenkast is een groot geheel waarin je de muntenboxen en/of muntenkoffers kunt opbergen.

De muntenalbums
Dit opbergsysteem bestaat uit muntbladen in een kaft, die samen een muntenalbum vormen.
Bij een eerste, nog weinig gebruikte methode, schuif je de munten onverpakt in muntbladen. Het grote minpunt van dit systeem is dat de munten na verloop van tijd plakkerig gaan aanvoelen, wat zijn invloed op het uitzicht heeft.

Een andere methode wordt door het merendeel van de verzamelaars gebruikt. Hierbij worden de munten, verpakt in munthouders, ingeschoven in muntbladen en dan in het album.

Er zijn twee soorten munthouders: de zelfklevers die de munten optimaal beschermen en de munthouders die je moet nieten. Het nadeel bij deze laatste methode is dat na verloop van de tijd de nietjes er door oxidatie donkerder uitzien en plekken maken op de munthouder, wat een slordig uitzicht geeft aan de verzameling. Je kunt de muntenalbums op hun beurt inschuiven in cassettes (omhulsels).

Let er zeker op dat de gebruikte materialen steeds zuurvrij en chloorvrij zijn en zo de munten niet kunnen aantasten. Voor zilveren munten moet je er op letten dat de materialen geen zwavelverbindingen bevatten.

Munten beveiligen

Zoals alle waardevolle spullen wil je natuurlijk ook je muntencollectie beveiligen. Je kan ze opbergen in een brandkast (thuis) of een kluis bij een bank. Aan te raden is een inventaris op te maken van de verzameling door middel van een kaartsysteem, waarin je alle gegevens opneemt over je verzameling (kwaliteit, eigenschappen van de munt en een foto). Aan te raden is om de inventaris afzonderlijk te bewaren en enkele kopieën te maken.

Wordt je verzameling gestolen, dan beschik je tenminste over een bewijs van de inhoud van je verzameling.
Heb je echt een waardevolle collectie? Laat die dan verzekeren. Een kleine verzameling wordt door sommige maatschappijen opgenomen in de brandpolis. Grote collecties kan je apart laten verzekeren.

Is je collectie ook in een bankkluis verzekerd? Spreek hierover voor alle zekerheid je bank eens aan. misschien moet je voor deze extra verzekering bijbetalen, maar het loont zeker de moeite waard om dit te overwegen.

Wat bepaalt de waarde van munten ?

De waardebepaling van munten is niet zo eenvoudig als het misschien lijkt. Leken die over oude munten praten, denken doorgaans dat hoe ouder de munt hoe duurder hij is. Toch zijn er naast de leeftijd nog een aantal andere factoren die de prijs bepalen.

Vraag en aanbod
Ook in de numismatiek spelen de wetten van vraag en aanbod hun rol. Hoe zeldzamer een munt hoe hoger het prijskaartje.

Kwaliteit
Logisch: hoe hoger de kwaliteit, hoe hoger de prijs. De kwaliteit prachtig kan tot tien keer zo duur zijn als de kwaliteit fraai.

Het gebruikte metaal
Ook het gebruikte edelmetaal (platina, goud, zilver) is van belang om de prijs van munten te bepalen. We hebben het dan over de edele metalen platina, goud en zilver. Als de factor zeldzaam bij een munt in minder kwaliteit wegvalt, dan zal het gewicht van het edelmetaal de prijs bepalen. In de betere kwaliteiten kan de prijs van de munt deze van het gebruikte metaal flink overtreffen.

De zeldzaamheid, de kwaliteit en het metaal zijn de factoren die prijsbepalend zijn. De zeldzaamheid en de kwaliteit van de oude munten spelen altijd een rol, het metaal enkel als de munt veel voorkomt en van slechte kwaliteit is. Vraag en aanbod zijn dus gekoppeld aan de zeldzaamheid. Is er veel vraag naar een munt, dan wordt hij zeldzamer. Bij een geringe vraag naar dan is hij minder zeldzaam. Met het aanbod is dit eender, is het aanbod groot dan is de munt minder zeldzaam en bij weinig aanbod is hij zeldzamer.

Dure hobby?

Is het verzamelen van munten duur? Dat hangt volledig van jou af. Net als elke hobby kan het zo duur zijn als je zelf maar wil.

Het samenstellen van een collectie is vooral een kwestie van bepalen wat je wil verzamelen, geduld en doorzettingsvermogen. Begin best niet met te dure munten en trek eerst de nodige tijd uit om de markt en de mechanismen van het verzamelen onder de knie te krijgen. Best start je met minder dure munten in goede kwaliteit aan te kopen. Heb je de smaak te pakken, dan kan je een stap verder zetten en meer geld uittrekken.

Veel hangt af van je inzet. Ben je bereid via ruilbeurzen en internet op zoek te gaan naar de beste prijzen voor de munten die je zou willen kopen? Ook zijn er haal wat handboeken over numismatiek. Op ruilbeurzen zijn in de ‘grabbelbakken’ vaak koopjes te doen, maar dan moet je natuurlijk wel over de nodige kennis beschikken om een juiste waardebepaling van de munten te doen.

Wat bepaalt de kwaliteit van munten in een verzameling ?

Als je hebt bepaald wat je precies gaat verzamelen, dan zoek je naar munten met de minste slijtage of beschadigingen. Kwaliteit is van groot belang.
Er bestaan diverse kwaliteitsniveaus, die de prijs bij verkoop van een munt bepalen.

FDC (fleur de coin)-kwaliteit

In deze kwaliteit komt de munt recht van de pers. In deze staat van bewaring is de munt zo volmaakt dat er zelfs met een sterke loep geen enkele beschadiging te ontdekken is.

De kwaliteit ‘prachtig’

In deze kwaliteit is de staat van de munt uitstekend met dien verstande dat er slechts sporen van slijtage of beschadiging te zien zijn door middel van een loep.

De kwaliteit ‘zeer fraai’

In deze kwaliteit zijn er met het blote oog wel sporen van slijtage waar te nemen. Zo is bijvoorbeeld de scherpte van de rand verdwenen, zijn op hoger gelegen delen sporen van slijtage merkbaar, zoals bijvoorbeeld de ogen van een persoon of de kroon op diverse munten.

De kwaliteit ‘fraai’

In deze kwaliteit heeft de munt door het in omloop zijn gedurende lange tijd veel geleden. De slijtage is bijzonder groot; alle gegevens op de munt zijn nog goed leesbaar maar zwaar afgesleten, evenals de rand.

De kwaliteit ‘zeer goed en goed’

In deze kwaliteiten zijn sommige gegevens verdwenen en is de munt soms niet meer te identificeren. Met deze kwaliteiten ben je als verzamelaar niets.

De kwaliteit ‘Proof’

Proof’ is een speciale kwaliteit die zelden voorkomt en verwijst naar een speciale uitvoering. Deze kwaliteit staat nog boven FDC. Men noemt hem ook ‘gepolijste stempel’ of ‘champ brillant’ (‘blinkend veld’).

De meest gebruikte woorden in de numismatiek

  • Aanmunten: het slaan (produceren) van munten bij een munthuis.
  • Afslag: muntslag met originele stempels in een afwijkend metaal. Komt veel voor bij Nederlandse en Indische koperen munten, omdat een zilveren of gouden afslag van bijvoorbeeld een koperen duit werd gezien als een leuk geschenk. Afslagen zijn niet bedoeld voor de omloop.
  • Agio (ook opgeld genoemd): het verschil tussen de werkelijke waarde in goud en de prijs die je betaalt.
  • Aanmunten: het aanmaken van muntstukken, een muntplaatje voorzien van een afbeelding.
  • Biedprijs: de hoogste prijs van gouden munten, dagelijks in de krant vermeld of koopprijs.
  • Bruneren: een geslagen munt met bruneerstaal polijsten zodat die op een proefslag gaat lijken. Bruneren verwijdert detail en verlaagt dus de conditie van een munt.
  • Doormeter : diameter of middellijn – ø
  • Expertise : deskundige ontleding van een verzameling.
  • Gejusteerd : het op juist gewicht gebrachte muntplaatje, duidelijk te zien aan de krassen op de munt.
  • Gehalte : hoeveelheid van een bestanddeel in een of andere legering.
  • Gietpenning : een gegoten penning.
  • Gietgal : gal of holte op een munt of penning ontstaan bij het gieten.
  • Goudgehalte: de hoeveelheid goud in een munt aanwezig.
  • Gepolijste stempel (ook proof genoemd): hoogste kwaliteitstrap in de numismatiek. (zie ons artikel over het bepalen van de kwaliteit van munten)
  • Halssnede: de plaats waar de hals (van afgebeeld hoofd) afgesneden wordt, meestal bevindt zich daaronder de naam van de graveur
  • Incuus: een zijde van de munt is normaal geslagen, en op de andere zijde is de normaal geslagen zijde hol (incuus) afgebeeld.
  • Jaarsets : jaarlijks uitgegeven sets door de Koninklijke Munt met de in dat jaar geslagen munten.
  • Kwartslag : neem de munt tussen wijsvinger en duim met de voorzijde naar boven, en draai hem een volle slag zodat de keerzijde boven komt. De stand van de munt zal dan een kwartslag afwijken van de voorzijde (naar links of naar rechts).
  • Keerzijde : de muntzijde waar de waarde op afgebeeld wordt (Kz).
  • Lot : verschillende munten samengevoegd, onder een geheel (nummer) bij een veiling.
  • Lotnummer : het nummer toegewezen door de veilinghouder aan een lot of munt.
  • Laatprijs : de laagste prijs van gouden munten, dagelijks in de krant vermeld of de verkoopprijs.
  • Listel : verheven boord rondom een muntstuk.
  • Medailleslag : neem de munt tussen wijsvinger en duim met de voorzijde naar boven en draai hem een volle slag zodat de keerzijde boven komt. De munt zal in dezelfde stand staan zoals je de voorzijde voorheen had.
  • Misslag : een munt per ongeluk verkeerdelijk geslagen.
  • Munthouder : beschermkartonnetje met een transparant venster, waardoor je de munt langs alle zijden kunt bekijken.
  • Muntmeester : de verantwoordelijke van de Koninklijke Munt.
  • Muntmeesterteken : het teken van de muntmeester afgebeeld op een muntstuk.
  • Muntwals : antieke muntpers.
  • Muntenset : verschillende munten samengebracht in een set door bijvoorbeeld de Koninklijke Munt.
  • Muntplaats : plaats waar de munten aangemaakt worden (De Koninklijke Munt in Brussel of Utrecht).
  • Muntplaatje : het blanco metalen plaatje dat zal gebruikt worden voor het aanmunten.
  • Muntslag : neem de munt tussen wijsvinger en duim met de voorzijde naar boven en draai hem een volle slag zodat de keerzijde boven komt. De munt zal in de tegenovergestelde stand staan als de voorzijde die je voorheen had.
  • Noodmunt : munt aangemaakt, korte of lange tijd na de originele aanmunting (met meestal duidelijk verschil). In België zijn de naslagen aangemaakt door de Koninklijke Munt, in andere landen is dat niet altijd zo.
  • Naslag : een munt gemaakt bij gebrek aan voldoende circulatiemunten.
  • Numismatiek : de studie van munten en penningen (munt- en penningkunde).
  • Numismaat : de munt- en penningdeskundige of verzamelaar.
  • Overslag : een reeds geslagen munt hergebruiken voor een nieuwe aanmunting, bv. de munt van 2 centiem van België, Leopold I, geslagen over 1 cent Willem I van Nederland.
  • Ontmunting : het uit omloop nemen van een bepaalde munt.
  • Proefslag : een munt aangemaakt als proef.
  • Reduceermachine : verkleinmachine gebruikt bij het munt slaan
  • R: zeldzaam.
  • RR: zeer zeldzaam.
  • RRR: uiterst zeldzaam.
  • RRRR: unicum.
  • Randschrift : de tekst afleesbaar op de rand van de munt.
  • Schroefpers : antieke muntpers.
  • Stempelbreuk : breuk in de stempel (een kloofje), wat zich op de munt manifesteert als een fijn opliggend draadje.
  • S: schaars (afkorting).
  • Vervalsing : namaakmunt aangemaakt met de bedoeling andere mensen te bedriegen en winst te maken.
  • Voorzijde : de muntzijde waarop meestal het koningshoofd, leeuw, monogram enz… afgebeeld staat.
  • Variant : afwijking op een munt, verschillend van het normale type.
  • Zinkpest : witte plekken (oxidatieplekken) op zinken munten.