Wij kopen al uw gouden munten en penningenGold-50 :: inkoopweb, wij kopen uw oud, gouden en zilveren munten en/ of penningenKlik hier voor meer info :: Inkoop gouden munten en penningen :: Gold-50

Archive for december, 2011

dec 28 2011

De gouden en zilveren munt van Rubens

Pieter Paul Rubens is een van de grootste Vlaamse schilders. Niet te verwonderen dat er in het Rubensfeestjaar 1977 (de 400ste verjaardag van zijn geboorte) een munt van hem verscheen.

Gouden en zilveren munt

De gouden Rubens werd in een gouden en zilveren versie uitgegeven in 1977 ter herdenking van de 400e verjaardag van de geboorte van Pieter Paul Rubens. Het goudstuk is 21 mm groot, weegt 6,45 g (waarvan 5,805 g zuiver goud of te wel 90%) en werd geslagen in medailleslag.

Schilder-diplomaat

Peter Paul Rubens (Siegen (Duitsland), 28 juni 1577 – Antwerpen, 30 mei 1640) was een Vlaamse barokschilder, tekenaar en diplomaat, werkzaam in Antwerpen. Hij wordt ook wel Pieter Paul, Pieter Pauwel of Petrus Paulus genoemd.

Biografie

Rubens’ vader (Jan Rubens) was een geleerd, ontwikkeld man. Zijn moeder (Maria Pypelinckx) moet jarenlang de gezinszorg alleen dragen na het vreemdgaan van haar man, begaan met Anna van Saksen waarvoor hij in Duitsland gevangen wordt genomen en later verbannen.
Rubens krijgt een humanistische opvoeding in Keulen, daarna in Antwerpen. Na een artistieke opleiding bij Tobias Verhaecht (vader van Willem van Haecht), Adam Van Noort en Otto van Veen (Otto Venius) wordt hij in de Antwerpse gilde opgenomen als meester. Behalve een in 1597 gedateerd classicistisch portret, dat zich te New York bevindt, kent men alleen onzekere toeschrijvingen van jeugdwerk van voor 1600.
Op 9 mei 1600 vertrekt hij naar Italië, waar hij beïnvloed wordt door de kunst van de Oudheid. In Venetië treedt hij, op uitnodiging van een Mantuaans edelman, in dienst van de hertog van Mantua, Vincenzo I Gonzaga tot 1608. In deze periode leert hij veel van de werken van de kunstschilder Caravaggio. In 1601 reist hij naar Florence en Rome. Hij maakt er kennis met de Griekse en Romeinse kunst en kopieert er werken van de Italiaanse meesters. In Rome schildert hij zijn eerste altaarstuk voor het Santa Helena altaar in de kerk van het Heilig Kruis.
Van 1603 tot 1604 verblijft hij in Spanje. Hij gaat er op diplomatieke missie in opdracht van de hertog van Mantua. Hij levert verschillende geschenken aan het hof van koning Filips III. Hij beleeft er de confrontatie van de Spaanse kunst met de Venetiaanse werken van Titiaan in Madrid. In opdracht van de Hertog van Lerma schildert hij de 13-delige reeks der Apostelen en een Christus figuur, alsook een schilderij van zijn opdrachtgever gezeten op zijn paard.
Vanaf oktober 1608 gaat hij terug naar de Nederlanden en wordt hij benoemd als hofschilder van de aartshertogen Albrecht van Oostenrijk en Isabella van Spanje, in 1609. Hij blijft in Antwerpen wonen en trouwt er, op 3 oktober van datzelfde jaar, met Isabella Brant. In 1611 wordt zijn eerste dochter geboren, Clara Serena, die jong overlijdt in 1623. In 1614 wordt zijn zoon Albert geboren.
Als gevolg van het Twaalfjarig Bestand in de Nederlanden tijdens de periode 1609-1621, stijgt de welvaart in Antwerpen, waardoor Rubens snel verschillende opdrachten krijgt. In 1610 richt hij het grote pand aan de Wapper, dat nu nog altijd het Rubenshuis heet, in als atelier met een aantal knapen en leerjongens. De meester zelf schilderde vaak bij portretten alleen het gezicht en de handen; de rest was na een grove schets voor de knapen, zo kon de meester aan het hoog tempo vele opdrachten aanvaarden. Afbeeldingen van dieren liet hij over aan Frans Snyders die in Rubens’ atelier werkte, maar ook op zelfstandige basis opdrachten mocht aanvaarden. De productiviteit van de meester is verbazingwekkend. Rubens schilderde tussen 1621 en 1625 24 schilderijen voor het Palais du Luxembourg, zijn grootste opdracht ooit, die de levensloop van koningin Maria de’ Medici historisch-allegorisch uitbeelden.
Intussen was, in 1626, zijn vrouw Isabella Brant overleden. Rubens geniet het volste vertrouwen van de landvoogdes Isabella en krijgt meerdere diplomatieke opdrachten en missies te verwerken. Aldus komt hij weer in Spanje en Engeland terecht. De werken van Titiaan en de bewondering van de Hertog van Buckingham stimuleren de kunstenaar.
Hij is 53 jaar als hij, terug uit Engeland, in 1630 hertrouwt met de 16-jarige Hélène Fourment. Zijn nieuw aangekochte landgoed Het Steen te Elewijt en het gelukkige gezinsleven op het platteland begunstigen zijn kunst als paysagist. In 1632 wordt zijn dochter Clara Johanna geboren. In 1633 zijn zoon Frans. In 1635 krijgt hij nog een dochter Isabella Helena. In 1636 krijgt hij een zoon Peter Paul.
Lijdend aan jicht sterft hij, in het Rubenshuis te Antwerpen, op 30 mei 1640. Hij ligt begraven in de Sint-Jacobskerk te Antwerpen. Boven zijn graf prijkt een beeld van Maria van de hand van zijn leerling Lucas Faydherbe (Faydherbe), Mechels beeldhouwer en architect en gedurende de laatste drie jaren van Rubens leven woonachtig en werkzaam in Rubens’ atelier aan de Wapper, waar hij uitgroeide tot zijn vertrouweling.

Schilderstijl

De stijl van Rubens behoort tot de Antwerpse School uit de vroege 17e eeuw. Rubens’ oeuvre wordt gekenmerkt door de triomfalistische contrareformatorische barok. Rubens is waarschijnlijk de belangrijkste vertegenwoordiger van de Vlaamse barok, alhoewel hij duidelijk een Italiaanse invloed onderging.[bron?] Sommige van zijn portretten hebben trekjes van het absolutisme, maar veel ex-voto’s blijven toch trouw aan hun Vlaamse aard.
Rubens genoot een goede opleiding bij zijn leermeester en kende de knepen van het vak. Alles werd tot in detail voorbereid, veel studies en tekeningen getuigen hiervan. Uit de gedetailleerde schetsen die nog bewaard zijn gebleven kan worden geconcludeerd dat schilderijen in fasen werden afgewerkt.

Bron: www.wikipedia.be

No responses yet

dec 18 2011

Vooraanstaand muntenland Spanje

Spanje is als koloniale mogendheid steeds een vooraanstaand land op het vlak van munten geweest. Dit voormalig wereldrijk had dan ook de beschikking over onmetelijke voorraden goud en zilver uit Zuid-Amerika.

Spaanse real

De real was een betaalmiddel in Spanje, haar koloniën en de Verenigde Staten gedurende enkele eeuwen. Het was de eerste echte sterke munt uit onze tijden.

Vroege historie

De real werd voor het eerst geïntroduceerd door koning Pedro I en had een waarde van 3 maravedís. De waarde steeg tot in 1497 de wisselkoers werd gezet op 34 maravedís.
Maravedí was de naam van verschillende gouden en zilveren munten die tussen de 11e en de 14e eeuw op het Iberisch Schiereiland in omloop waren. Het was ook de naam voor verschillende rekenmunten tussen de 11e en de 19e eeuw.
Het woord maravedí stamt af van de marabet of marabotin, een variant van de gouden dinar die in Spanje werd geslagen en die genoemd is naar de Moorse Almoraviden (in het Arabisch المرابطون al-Murābitũn, enkelvoud . مرابط Murābit). Van het Spaanse woord maravedí zijn drie meervoudsvormen bekend maravedís, maravedíes and maravedises. Volgens de Diccionario Panhispánico van de Real Academia Española is de eerste vorm het meest eenvoudig, de tweede is een vorm die gewoonlijk wordt gebruikt voor enkelvoudsvormen met een klemtoon op de i, en de derde is de meest ongebruikelijke en minst aanbevolen vorm.

Geschiedenis

De gouden dinar werd in Spanje voor het eerst geslagen onder Abd-ar-Rahman III, Emir van Córdoba (912-961). In de loop van de 11e eeuw werd de dinar in Europa bekend onder de naam morabit of morabotin. In de 12e eeuw kopieerden de Christelijke koningen Ferdinand II van León (1157-1188) en Alfons VIII van Castilië (1158-1214) de munt. De marabotin of maravedí van Alfons had inscripties in het Arabisch, maar op de onderkant stonden de letters ALF. De gouden maravedí van Ferdinand woog ongeveer 3.8 gram.
In Castilië werd de maravedí de oro de rekenmunt [1] voor goud, samen met de solidus , de dinero voor zilver en de vellón voor biljoengoud, een legering van edelmetaal en onedel metaal.
Het aandeel goud in de munt daalde tot een gram tijdens de regering van Johan I van Aragón (1213-1276) en bleef dalen, totdat het uiteindelijk onder Alfons X van Castilië een zilveren munt werd. Nu werd het woord maravedí gebruikt voor één specifieke munt, maar ook als uitdrukking voor geld in het algemeen en voor elke munt. Bij het interpreteren teksten uit de 13e eeuw kan dit soms tot verwarring leiden.
Zo liet bijvoorbeeld Alfons X drie soorten munten van biljoengoud slaan en deze werden alle drie maravedí genoemd. Zijn zilveren munt van 1258-1271 werd ook maravedí genoemd, de maravedí de plata. Deze munt woog 6.00 gram en bevatte 3.67 gram fijn zilver. Ze was 30 dineros waard. De gangbare rekenmunt was destijds de maravedí van 15 sueldos, of 180 dineros. 1 administratieve maravedí was dus 6 maravedí-munten waard.
De zilveren administratieve maravedí vertegenwoordigde als rekenmunt in 1258 een waarde van 22 gram zilver, in 1271 was dit nog maar 11 gram, in 1286 slechts 3 gram en in 1303 1,91 gram. De gouden maravedí verdween als administratieve eenheid rond 1300. De maravedí de plata, de zilveren maravedí werd steeds meer gebruikt als rekenmunt voor grote bedragen, voor goud en voor de muntprijs van zilver. Uiteindelijk verving de maravedí de sueldo als de belangrijkste rekenmunt. Alfons XI (1312-1350) liet geen enkele maravedí slaan en onder zijn regime werd de term alleen gebruikt als rekenmunt.
In de 15e eeuw bestond er veel verwarring rond het monetaire systeem in Castilië. Deze verwarring kwam tot een hoogtepunt onder Hendrik IV van Castilië (1454-1474). Uiteindelijk werd het monetaire systeem hervormd onder het katholieke koningspaar Ferdinand II van Aragón en Isabel I van Castilië via het Decreet van Medina del Campo afgekondigd op 2 juni 1497.
De hervorming werd doorgezet door Karel V, die de ducado verving door de escudo als standard gouden munt. De maravedi werd de kleinste Spaanse rekenmunt, 1/34 deel van een reaal. De maravedi bleef in Spanje in gebruik als rekenmunt tot 1847. Na de ontdekking van Amerika werden er koperen maravedís geslagen die dienden als munt op het eiland Hispaniola en als de eerste munten van de Nieuwe Wereld beschouwd kunnen worden. Oorspronkelijk werd deze maravedí geslagen in Spanje, later lokaal op Hispaniola, voordat de muntfabrieken in Mexico en Santa Domingo werden opgericht.

No responses yet

dec 03 2011

De schat aan medailles van de Koninklijke Bibliotheek van België

Belgica is de digitale bibliotheek van de Koninklijke Bibliotheek van België. Ze biedt toegang tot verschillende categorieën van erfgoeddocumenten:

• handschriften, gedrukte werken, kaarten, muziekpartituren, geluidsopnames,
• verzamelingen van munten, penningen, tekeningen en prenten.

Belgica is ook:
• een referentiebibliotheek gericht op Belgicana,
• een zoekmotor met duizenden kranten pagina’s,
• virtuele tentoonstellingen.

Belgica stelt twee manieren voor het raadplegen van documenten voor:
• via verzamelingen (voorstellen van alle documenten die deel uitmaken van een verzameling zonder voorafgaande opzoeking)
• via zoek resultaten (voorstelling van de resultaten van een opzoeking met een specifieke zoekterm).

Doelstellingen

Belgica biedt gratis en permanent toegang tot het elektronische erfgoed van de Koninklijke Bibliotheek van België en tot documenten die werden gedigitaliseerd door andere instellingen naar wier websites ze verwijst. Belgica richt zich zowel tot vorsers als tot liefhebbers en nieuwsgierigen die nieuwe kennis willen vergaren en biedt wetenschappelijk betrouwbare informatie aan.
Belgica verrijkt de werkinstrumenten die ter beschikking staan van het gebruikelijke publiek van de Koninklijke Bibliotheek en laat toe een nieuw publiek te bereiken door contact te leggen met al wie niet ter plaatse kan komen wegens de geografische afstand of een beperkte mobiliteit.
Tot slot draagt Belgica bij tot de bewaring van de verzamelingen van de Koninklijke Bibliotheek van België, door de terbeschikkingstelling van elektronische kopieën te verkiezen boven de raadpleging van originele stukken.

Franse medaille van Andrieu en Brenet (1813)

Deze medaille werd in 1813 geslagen en bevat op de voorzijde het portret van Napoleon in Romeinse stijl (met laurierkroon) en op de keerzijde de allegorische voorstelling van een nimf die de voltooiing van de werken aan het kanaal tussen Bergen en Condé voorstelt (gezeten op een boot en met in de handen een hoorn des overvloeds).

Tekst: Johan van Heesch

Voorzijde: legende: Napoléon emp. et roi. Andrieu F.; beschrijving: Gelauwerd hoofd van Napoleon naar rechts
Keerzijde: legende: Canal de Mons à Condé. Le commerce du département de Jemmape mdcccxiii / Brenet F.; beschrijving: De allegorie van de welvaart in een bootje, op de achtergrond een kerktoren.
Ag. – 38,26g – 40,45mm – geslagen

Voor meer informatie
• A.J. Millin, Histoire métallique de Napoléon ; ou, recueil des médailles et des monnaies, qui ont été frappées depuis la première campagne de l’armée d’Italie jusqu’à son abdication en 1815, London, 1819, p. 37, 94, pl. LII.

No responses yet