Wij kopen al uw gouden munten en penningenGold-50 :: inkoopweb, wij kopen uw oud, gouden en zilveren munten en/ of penningenKlik hier voor meer info :: Inkoop gouden munten en penningen :: Gold-50

Archive for november, 2011

nov 09 2011

Beknopte geschiedenis van de Belgische munten en biljetten deel 3

Beknopte geschiedenis van de Belgische munten en biljetten deel 3
1945-2002: hoogdagen en verdwijning van de Belgische frank

In deel 3 van deze verhelderende gids belicht de Nationale Bank van België de geschiedenis van de Belgische munten en biljetten in de periode 1945-2002 tot de invoering van de euro die de Belgische frank definitief zou vervangen.

In 1948 wordt beslist de oude vooroorlogse muntstukken te vervangen door koper-nikkelen en zilveren stukken, de laatste die in omloop zullen komen. Behalve op het stuk van 100 fr. ontbreekt elke verwijzing naar het koningshuis: het land wordt geleid door de Regent en koning Leopold III staat ter discussie.
In 1944 treedt België toe tot de nieuwe internationale monetaire orde, waarvan de regels worden vastgelegd tijdens de conferentie van Bretton Woods. Tijdens deze conferentie wordt onder meer het Internationaal Monetair Fonds opgericht. De Belgische frank wordt — via zijn pariteit ten opzichte van het goud en de VS-dollar — ingeschakeld in het stelsel van de goudwisselstandaard, een wereldwijd systeem van vaste wisselkoersen. Tot eind jaren 60, wanneer de wereldwijde overvloed aan VS-dollars heftige spanningen op de valutamarkten veroorzaakt, zorgt het stelsel van Bretton Woods voor betrekkelijk stabiele wisselkoersen. In augustus 1971 schorten de Verenigde Staten de converteerbaarheid van de dollar tegen goud op. Het volgende jaar voert Europa een systeem in voor het toezicht op en de regulering van de wisselkoersen, de Europese muntslang, die in 1979 zal uitgroeien tot het Europees monetair stelsel.
Net als in een groot deel van de geïndustrialiseerde wereld, zijn de jaren 60 in België een periode van snelle economische en sociale vooruitgang. Tussen 1961 en 1973 verdubbelt de koopkracht van de loontrekkenden. In 1960 is er een auto per 13 inwoners. In 1966 wordt dat een per 6,7 inwoners en in 1973 een per 4,8. De staat investeert zwaar en neemt de stijgende kosten van de sociale zekerheid op zich. Het land creëert een van ’s werelds dichtste wegennetten. Maar net als de meeste geïndustrialiseerde economieën wordt België zwaar getroffen door de oliecrisis van 1973. Die vormt het begin van een periode van grote onzekerheid, onder meer door een forse stijging van de werkloosheid en de toename van de Belgische overheidsschuld. Na de devaluatie van 1982 en het daarmee gepaard gaande herstelbeleid, vindt de Belgische frank echter geleidelijk aansluiting bij de stevigste valuta’s van de EU. Dat wordt bevestigd door de in 1990 genomen beslissing om de frank vast te koppelen aan de Duitse mark. Het volgende jaar legt de Europese Unie tijdens de top van Maastricht de voorwaarden vast om toe te treden tot de monetaire unie. België zal er een erezaak van maken deze voorwaarden na te leven.
Vanaf het begin van de jaren 60 maken de allegorische taferelen op de biljetten van de Nationale Bank plaats voor belangrijke figuren uit het “nationale” verleden: de 40 laatste jaren van de Belgische frank vormen een briljante portrettengalerij. De laatste reeks nationale biljetten, uitgegeven vanaf 1994, ligt nog vers in het geheugen. Ze is een eerbetoon aan beroemde kunstenaars uit de 19e en 20e eeuw als Sax, uitvinder van de saxofoon, de architect Victor Horta of de schilder René Magritte.
De tijdens het regentschap ontworpen munten zijn erg lang in omloop geweest. Ze worden pas op het einde van de jaren 80 vervangen. De Koninklijke munt heeft eveneens herdenkingsmunten geslagen, waaronder munten in ecu, de eerste denominatie van de eenheidsmunt. Hoewel sommige van die munten wettelijke betaalkracht krijgen, zullen ze nooit in de gewone circulatie terechtkomen. Pas in het derde millennium zouden de munten en biljetten van de Europese eenheidsmunt, met de nieuwe naam euro, daadwerkelijk worden ingevoerd. Maar dat is een ander verhaal…

Bron: www.nbb.be/

No responses yet

nov 09 2011

Beknopte geschiedenis van de Belgische munten en biljetten deel 2

Beknopte geschiedenis van de Belgische munten en biljetten deel 2
1914-1944: oorlogen en monetaire schokken

In deel 2 van deze verhelderende gids belicht de Nationale Bank van België de geschiedenis van de Belgische munten en biljetten in de periode 1914-1944.
Bij het begin van de Eerste Wereldoorlog wordt de inwisselbaarheid van de bankbiljetten opgeheven.
Terwijl het publiek het metaalgeld oppot, drukt de Nationale Bank inderhaast een reeks zogenaamde “Rekeningen-courant”, met zelfs kleine coupures van 1 en 2 frank. Voor het eerst worden koninklijke portretten als afbeelding gebruikt. Om de Nationale Bank te straffen omdat ze haar biljetten- en goudvoorraden naar Londen heeft overgebracht, ontneemt de bezetter haar het emissievoorrecht en vertrouwt het toe aan de Société Générale. Uit deze periode dateren de biljetten met de naam van die onderneming. Om iets te doen aan de problemen met betrekking tot de geldomloop, beslissen meer dan 800 gemeenten om “noodmunten” uit te geven. Ook de Duitse mark krijgt de status van wettig betaalmiddel en overspoelt de Belgische economie. In afwachting van de Duitse oorlogsschadevergoeding, die uiteindelijk slechts gedeeltelijk zal worden gehonoreerd, worden deze marken na de oorlog tegen een gunstig tarief geruild tegen Belgische franken. Tussen 1914 en 1918 verdubbelt de geldomloop, terwijl de economie vastloopt: de inflatie wakkert aan.
In 1926 wordt de belga ingevoerd. De bedoeling van deze nieuwe rekeneenheid is de Belgische frank te onderscheiden van de Franse frank en de inwisselbaarheid van onze afbrokkelende munt te verbeteren. Die stabiliseert zich echter op slechts een zevende van zijn vroegere pariteit.
Al deze ontwikkelingen komen op een of andere manier tot uiting in de munten en biljetten van die periode. Net na de oorlog worden voor het eerst stukken van 1 frank in niet-edel metaal (nikkel) geslagen, met de vermelding “goed voor”, om hun intermediaire functie te benadrukken. De munten en biljetten van de periode 1926-1944 dragen de vermelding “belga”, zij het nooit alleen, maar altijd in combinatie met “frank”. Onmiddellijk na de oorlog beslist de Nationale Bank in een patriottische reflex voor het eerst een regerend staatshoofd, koning Albert I – en zijn echtgenote – af te beelden op de Belgische bankbiljetten van de “nationale reeks”. Als gevolg van de aanhoudende inflatie wordt in 1929 een biljet van 10 000 frank – 2 000 belga in omloop gebracht, de hoogste waarde ooit op een Belgisch bankbiljet.
In 1921 sluiten België en Luxemburg een verdrag voor een economische unie, met de bedoeling de omloop van Belgische biljetten in Luxemburg te vergemakkelijken. Pas in 1935 echter worden de Belgische bankbiljetten wettig betaalmiddel in Luxemburg. Datzelfde jaar verliest onze munt 28% van haar waarde als gevolg van een nieuwe devaluatie, de derde sinds de oorlog. Om die reden wordt de in 1935 uitgegeven zilveren herdenkingsmunt in omloop gebracht met een nominale waarde van 50 frank, en niet 40, zoals oorspronkelijk de bedoeling was en zoals op een klein aantal exemplaren staat aangegeven.
Het laatste vooroorlogse biljet wordt uitgegeven in 1933: het toont de portretten van koning Albert I en koningin Elisabeth, maar ook een symbolische afbeelding van de Maas, de Schelde en het Albertkanaal. Het graven van dit kanaal droeg bij tot de bestrijding van de buitensporige werkloosheid.
De tweede wereldoorlog brengt opnieuw rampspoed over het land. Vanaf 1942 verslechtert de situatie voor de man in de straat. De lonen worden bevroren en de prijzen schieten omhoog, met recordhoogtes tot 650% op de zwarte markt. Tussen 1940 en 1944 verdrievoudigt de geldhoeveelheid; de economie is verwoest. Vanaf juni 1940 verplicht de bezetter het gebruik van de Duitse munt, naast de Belgische frank. Vanaf 1941 worden de muntstukken in omloop, net als tijdens de Eerste Wereldoorlog, vervangen door oorlogsmunten in zink.
De Nationale Bank brengt haar biljetten en reserves naar het buitenland, en de directie van de Bank wijkt uit naar Engeland. Net als tijdens de Eerste Wereldoorlog stelt de Duitse overheid als vergeldingsmaatregel een nieuwe emittent aan, de zogenaamde Emissiebank te Brussel. De biljetten die de Nationale Bank voor rekening van die laatste instelling moet drukken zullen nooit in omloop worden gebracht.
Ondertussen bereidt de Belgische regering in ballingschap – die ten dele werd gefinancierd met het goud van de Nationale Bank en door Churchill was erkend – het naoorlogse België voor. Camille Gutt, de minister van Financiën, is vastbesloten te vermijden dat België opnieuw in een inflatoire spiraal zou terechtkomen, zoals na de Eerste Wereldoorlog. Onmiddellijk na de bevrijding van Brussel in oktober 1944 zet hij een grootscheepse operatie op het getouw om de bestaande biljetten uit omloop te nemen en ze tot een bepaald plafond om te wisselen: de Gutt-operatie. Met dat doel drukte de Engelse firma Bradbury biljetten van 1 000, 500 en 100 frank, een kleinere versie van het vooroorlogse biljet van Emile Vloors. Bij De La Rue worden biljetten van 10 en 5 frank gedrukt met een eenvoudige guillochetekening. Die worden vooral door de geallieerden gebruikt als betaalmiddel bij de bevrijding. De ruiloperatie zorgt voor lange wachtrijen bij de Nationale Bank, maar na afloop is nog slechts 57 miljard frank in omloop, tegen 165 miljard bij het begin. De weg naar de wederopbouw ligt open.

Bron: www.nbb.be/

No responses yet

nov 09 2011

Beknopte geschiedenis van de Belgische munten en biljetten deel 1

Beknopte geschiedenis van de Belgische munten en biljetten deel 1
1830-1914: munten en biljetten van een jonge natie

België is op wereldvlak gezien een nog relatief jong land. Het bestaat pas sinds 1830, maar deze korte periode is toch al lang genoeg om te zorgen voor een mooie geschiedenis op het vlak van munten en biljetten. Waar konden we beter terecht dan bij de Nationale Bank van België om u deze beknopte geschiedenis van de Belgische munten en biljetten in drie delen voor te stellen.
Voor het jonge België was het niet eenvoudig een nationale munteenheid te kiezen. De keuze voor de “frank” naar Frans model werd ingegeven door economische en politieke motieven.
Het duurt aanvankelijk een hele tijd voor er genoeg muntstukken zijn om het land te bevoorraden; ondertussen aanvaardt men sommige buitenlandse munten. De frank wordt gedefinieerd als een gewicht in zilver. In dit metaal worden ook de eerste munten geslagen, terwijl brons wordt gebruikt voor kleinere waarden. De wet voorziet ook in het gebruik van goud, maar dat gebeurt zelden en het “bimetallisme” zorgt voor heel wat moeilijkheden. In 1860 brengt België als eerste land ter wereld koper-nikkelmunten in omloop, vandaag de meest gebruikte legering voor het slaan van munten.
De eerste muntstukken met een Nederlands opschrift verschijnen in 1886. De eerste tweetalige biljetten volgen een jaar later.
Tijdens de eerste twintig jaren van de Belgische onafhankelijkheid spelen de bankbiljetten slechts een marginale rol in het betalingsverkeer. Ze worden uitgegeven door particuliere banken. De bankcrisis van 1848 noopt de wetgever ertoe wettelijke en gedwongen koers te verlenen aan de bankbiljetten uitgegeven door de twee belangrijkste emissiebanken, de Société Générale en de Banque de Belgique. Wettelijke koers betekent dat de biljetten als betaalmiddel moeten worden aanvaard en gedwongen koers betekent dat men de banken niet kan vragen ze tegen edel metaal om te wisselen. De wil om de bankbiljettenomloop te uniformiseren is een van de redenen voor de oprichting van de Nationale Bank in 1850 door minister van Financiën Frère-Orban.
In 1865 verenigt ons land zich met Frankrijk, Italië en Zwitserland in de Latijnse Unie. Die kent een bewogen bestaan tot ze officieel wordt ontbonden in 1926.
Van bij haar oprichting in mei 1850 wordt de Nationale Bank toegerust met een drukkerij. Door de omslachtige voorbereidingen kan de eerste reeks biljetten echter pas begin januari 1851 worden uitgegeven. Deze eerste reeks wordt gedrukt in het zwart, met aan de achterzijde een licht gekleurde veiligheidsondergrond. Op dat ogenblik tekent de gouverneur nog eigenhandig de biljetten om het vertrouwen in dit betaalmiddel te verstevigen. De gewone man laat het papiergeld links liggen. De catastrofe van de Franse assignaten uit de post-revolutionaire periode ligt nog vers in het geheugen: nadat het publiek gedwongen was deze assignaten te aanvaarden werden ze uiteindelijk verbrand en nooit terugbetaald. Toch zal het papiergeld aan populariteit winnen, in eerste instantie in zakenmilieus. Overigens is de koopkracht van de eerste biljetten – van 1 000, 500, 100, 50 en 20 frank – dermate hoog (meer dan € 4 000 voor de hoogste coupure!) dat ze in het dagelijkse leven volstrekt onbruikbaar zijn.
Tot het midden van de 20e eeuw worden de biljetten voornamelijk geïllustreerd met allegorische taferelen van min of meer symbolische figuren, die vaak handel en nijverheid moeten voorstellen. De handel wordt gesymboliseerd door de Schelde, de haven van Antwerpen en de scheepvaart. Aan de industrie appelleren afbeeldingen van de metallurgie, de mijnbouw en de Maas. Ook België, de economie, de arbeid en zelfs de spoorwegen komen in de illustraties aan bod. Tot het einde van de 19e eeuw drukt de Nationale Bank biljetten in vier kleuren; in het begin van de 20e eeuw ontwerpt Constant Montald theatrale en kleurrijke coupures in Art Nouveau-stijl. Dit zijn van de mooiste biljetten in onze geschiedenis.
In vergelijking met andere landen zijn er in België aan het einde van de 19e eeuw relatief veel bankbiljetten in omloop. Tijdens de eerste twee decennia na de oprichting van de Bank schommelde de geldomloop binnen een marge van 3 tot 4 pct. bbp, maar vanaf de jaren 1870 neemt hij regelmatig toe tot ruim 12 pct. bbp vlak vóór de Eerste Wereldoorlog. Dat de door de Bank uitgegeven bankbiljetten in 1873 wettig betaalmiddel worden is daaraan niet vreemd.

Bron: www.nbb.be/

No responses yet