jun 24 2009
Nederlandse munten
Sinds 1567 wordt in Utrecht Nederlands muntgeld geslagen. Als één van de oudste bedrijven in het land kan de Koninklijke Nederlandse Munt terugkijken op een rijk verleden.
Muntexpert
De Koninklijke Nederlandse Munt voorziet in de vraag naar muntgeld door in opdracht van de Nederlandse Staat munten te slaan. Naast het slaan van circulatiegeld, richt de Koninklijke Nederlandse Munt zich op de (inter)nationale verzamelaarsmarkt met munten, penningen en muntgerelateerde producten.
Door eeuwenlange ervaring in het ontwerpen en produceren van munten en penningen, mag de Koninklijke Nederlandse Munt zich intussen een ware muntexpert noemen.
Tijdens de invoering van de euro kon de Munt zijn kennis en vaardigheden met succes gebruiken. Van 1999 tot 2002 werden 2,8 miljard euromunten geproduceerd. De europroductie was daarmee op jaarbasis ongeveer zes keer zo hoog als tijdens de guldenproductie.
Herdenkingsmunten
Naast euromunten slaat de Koninklijke Nederlandse Munt ook heel wat herdenkingsmunten. Bijvoorbeeld de prachtige 10 euromunt uit 2002 ter gelegenheid van het huwelijk tussen prins Willem-Alexander en prinses Maxima. Of, in 2006 het Rembrandt Vijfje ter ere van 400 jaar Rembrandt van Rijn. En in 2009 het Manhattan Vijfje ter ere van de historische band van 400 jaar tussen Manhattan en Nederland.
Monopolie
De Koninklijke Nederlandse Munt, gevestigd te Utrecht, is in Nederland sinds 1807 de enige instantie die muntgeld mag slaan en doen uitgeven. Op 17 september 1806 besloot het bestuur van koning Lodewijk Napoleon bij koninklijk decreet 18 om het slaan en doen uitgeven van Nederlandse munten landelijk te organiseren.
Meteen kreeg de Koninklijke Nederlandse Munt een monopolie dat nog tot op de dag van vandaag geldt.
(De alom bekende gouden tientjes, gouden vijfjes zijn het best gekend…..)
Utrecht uiteindelijk de beste
De keuze van Utrecht ging niet over één nacht ijs. In de Middeleeuwen hadden vele grote handelssteden hun eigen munthuis. Omdat binnen de Nederlanden diverse soorten valuta bestonden, werd in 1806 besloten het uitgeven van muntgeld landelijk te concentreren. Aanvankelijk zou het Nederlandse Munthuis in Amsterdam worden ondergebracht. Het munthuis van Utrecht was bleek uiteindelijk het best geëquipeerd van alle munthuizen in de Nederlanden, en werd daarom de vestigingsplaats van het Nederlandse munthuis.
Zelfstandig staatsbedrijf
Na de vorming van het Koninkrijk der Nederlanden, in 1814, werd het bedrijf omgedoopt in ’s Rijks Munt. Pas in 1902 kwam het bedrijf onder de directe controle van het ministerie van Financiën, en in 1912 werd het bedrijf officieel een staatsbedrijf.
Sinds 15 juni 1994 is het Nederlands muntbedrijf zelfstandig, waarbij de staat 100% aandeelhouder is. Sindsdien heet het bedrijf de Koninklijke Nederlandse Munt en legt het zich onder meer toe op de commerciële aspecten van de numismatiek en de munthandel. De organisatie van de jaarlijkse Dag van de Munt maakt onderdeel uit van deze commerciëlere koers.
Buitenlandse munten
De Koninklijke Nederlandse Munt slaat niet alleen de Nederlandse euromunten maar ook voor het buitenland.
Het bedrijf slaat ook voor enkele andere landen munten, bijvoorbeeld voor Suriname, Aruba, de Nederlandse Antillen en af en toe Luxemburg, Slovenië en Malta. Voeger sloeg men ook munten voor Nederlands-Indië tot 1940 en voor België goudstukken tot 1830.






